bot

als woordenboektrefwoord:

bot:
v. (-ten), platvis.
bot:
v. (-ten), knop van bomen en struiken.
bot:
o. (-ten), knook, been.
bot:
o... (-ten), eind van een touw; vliegertouw.
bot:
bn. bw. (-ter, -st), stomp; onbeleefd.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

bot (bn):
barbaars, grof, lomp, onbehouwen, onbeleefd, onbeschaafd, ongevoelig, ontactisch, plomp, stompzinnig, tactloos
bot (bn):
afgestompt, stomp
bot (bn):
dom, stom, traag
bot (bn):
stroef
bot (zn):
been, beenweefsel, botje, knekel, knok, knook
bot (zn):
knop, uitspruitsel
bot (zn):
laars

als synoniem van een ander trefwoord:

lomp (bn) :
barbaars, boers, bokkig, bot, grof, laag-bij-de-gronds, log, lummelig, onbeholpen, onbehouwen, onbeleefd, onbeschaafd, onbeschaamd, onbeschoft, onbevallig, onfatsoenlijk, ongelikt, ongemanierd, ongracieus, onhandig, onhebbelijk, onheus, plomp, primitief, rauw, ruw, woest
onbeschaafd (bn) :
barbaars, bot, grof, lomp, onbeleefd, ongeciviliseerd, ongelikt, ongemanierd, onheus, onontwikkeld, onopgevoed, ordinair, plat, proleterig, rouw, rustiek, ruw, wild, woest
plomp (bn) :
Aarlanderveens, bot, botweg, grof, log, lomp, lummelachtig, onbehouwen, onbeleefd, ongracieus, onhebbelijk, ruw, vormloos
onbehouwen (bn) :
bot, grof, log, lomp, ongemanierd, onhandig, plomp, ruw
stomp (bn) :
afgeknot, bot, onscherp, rond
flegmatiek (bn) :
bot, lauw, ongevoelig
been (zn) :
bot, knekel, knook, wervel

woordverbanden van ‘bot’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908):

bot, stomp

Wat niet scherp is, maar vooral wat zijne scherpte verloren heeft. Bot wordt meer van de snede, stomp meer van de punt gezegd. Een botte schaar. Een stompe degen. Figuurlijk heeft bot de beteekenis van niet snugger, dom, in één woord het tegenovergestelde van snedig; stomp die van vermoeid van geest, versuft. Hij is een bot mensch (een botterik). Ik heb mij daar stomp op gedacht. Ik zeide het hem botweg, d. i. ik wond er geen doekjes om.

in Keur van Nederlandsche Synoniemen (1922):

stomp, bot

Wat niet scherp is.

Stomp zegt men meer van een punt, bot van de snede: Een stompe naald, een bot mes. In figuurlijken zin beteekent bot: niet scherp van verstand, niet snedig, dus dom. Hij is een bot mensch, een botterik. Stomp beteekent in overdrachtelijken zin: traag van begrip of van oordeel, suf. Boor het lange peinzen was hij geheel verstompt.

in Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 399:

bot, dom, stomp

in Nederduitsche synonymen (1836), band 2, bladzijde 288:

in Nederduitsche synonymen (1836), band 1, bladzijde 78:

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

bot
aardig, attent, hoffelijk, mild, puntig, scherp, vriendelijk

woorden met een verwante vorm:

zie ook:

bij andere sites:

in het Verwarwoordenboek van Jan Renkema:
synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband en voorbeeldzinnen:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0026 c