suffen

als woordenboektrefwoord:

suffen:
(gesuft), soezen.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

suffen (ww):
dommelen, dromen, dutten, mijmeren, soezen
suffen (ww):
afdwalen, dromen

als synoniem van een ander trefwoord:

dutten (ww) :
dommelen, een dutje doen, slapen, sluimeren, soezen, suffen, tukken
dromen (ww) :
dagdromen, fantaseren, mijmeren, suffen, verbeelden
slapen (ww) :
dagdromen, dromen, staren, suffen, wegdromen
soezen (ww) :
dommelen, dromen, dutten, mijmeren, suffen
dommelen (ww) :
doezelen, dutten, soezen, suffen

woordverbanden van ‘suffen’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
onvatbaar, dom, doof, dof, lomp, plomp, bot, stomp, suf, suffen

ONVATBAAR, DOM, DOOF, DOF, LOMP, PLOMP, BOT, STOMP, SUF, SUFFEN

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 1, bladzijde 78.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

zie ook:
suf

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0024 c