bespringen

als trefwoord met bijbehorende synoniemen: niet gevonden.

als synoniem van een ander trefwoord:

dekken (ww) :
bespringen, bevruchten, neuken, paren
aanvallen (ww) :
aanranden, bespringen, overvallen

woordverbanden van ‘bespringen’ grafisch weergegeven

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
bespringen, overvallen

Bespringen — overvallen. Beide woorden, zijn uitdrukkingen, die het snelle en onverwachte van een aanval te kennen geven. Overvallen zegt alleen, dat men plotseling als het ware op iemand valt, bespringen dat men zich met een sprong op iemand werpt, op de wijze van een wild dier. Overvallen wordt ook figuurlijk gebruikt. Iemand met eene vraag overvallen. Door een bezoek overvallen worden. Zie Verrassen.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
aanpakken, aangrijpen, aanvatten, aantasten, aanvallen, aanvechten, bevechten, bespringen, aanranden, aanvliegen

AANPAKKEN, AANGRIJPEN, AANVATTEN, AANTASTEN, AANVALLEN, AANVECHTEN, BEVECHTEN, BESPRINGEN, AANRANDEN, AANVLIEGEN

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 2, bladzijde 8.

in hedendaagse spelling:
bespringen, aanranden

BESPRINGEN, AANRANDEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 318.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0023 c