gluren

als woordenboektrefwoord:

gluren:
(gegluurd), ter sluik kijken.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen: niet gevonden.

als synoniem van een ander trefwoord:

kijken (ww) :
aanzien, blikken, gluren, koekeloeren, loeken, loeren, spieden, staren, toekijken, turen, zien
koekeloeren (ww) :
gluren, kijken, spieden, spioneren, staren
piepen (ww) :
gluren, koekeloeren, loeren

woordverbanden van ‘gluren’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
gluren, loeren

Gluren — loeren. Loeren en gluren d. i. heimelijk, aanhoudend scherp naar iets zien. Loeren onderstelt een bepaald doel, gluren geschiedt meer uit nieuwsgierigheid. De kat loert op de muis. Een nieuwsgierig testje gluurt door de gordijntjes.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in Keur van Nederlandsche Synoniemen (1922)*:

in hedendaagse spelling:
zien, kijken, staren, gluren, turen

164. Zien — kijken — staren — gluren — turen.

Door middel van het gezicht iets waarnemen.

Zien laat in het midden, of dit met opzet of meer toevallig geschiedt. Men ziet daar soms meer, dan ons lief is (toevallig). — Hij ziet verlangend mijn komst tegemoet (met opzet). Het duidt soms ook het bloote vermogen aan, dat men door 't gezichtszintuig iets kan waarnemen: Deze man kan niet meer zien.

Kijken onderstelt meer opzettelijk het oog op iets richten: Kijk eens, of hij er aankomt. Hij kijkt naar de sterren.

Staren (star = stijf) beteekent met strakke, groote oogen naar iets zien, meestal zonder doel en onwillekeurig, soms ook met verbazing, cshrik, enz. Hij staarde mij verwonderd aan.

Turen is met inspanning van 't gezicht langen tijd naar iets kijken (dus met opzet!), 't zij uit nieuwsgierigheid, 't zij om nauwkeurig waar te nemen. Hij tuurt met zijn kijker naar het stipje in de verte.

Gluren beteekent hetzelfde als turen, maar met de bijgedachte, dat dit in het geheim geschiedt. Hij gluurde door een kiertje van de deur, om te weten, wie er binnen was.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
loeren, gluren, staren, turen

LOEREN, GLUREN, STAREN, TUREN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 371.

in hedendaagse spelling:
zien, staren, starogen, kijken, turen, gluren, loeren, gluipen

ZIEN, STAREN, STAROOGEN, KIJKEN, TUREN, GLUREN, LOEREN, GLUIPEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 3, bladzijde 376.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0025 c