inbraak

als woordenboektrefwoord:

inbraak:
v. het inbreken in een huis om te stelen.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

inbraak (zn):
braak, huisbraak, kraak

als synoniem van een ander trefwoord:

diefstal (zn) :
beroving, dieverij, inbraak, jatwerk, ontvreemding, plundering, roof, stroperij, verduistering
braak (zn) :
inbraak, kraak
huisbraak (zn) :
inbraak
kraak (zn) :
inbraak

woordverbanden van ‘inbraak’ grafisch weergegeven

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

inbraak
uitbraak

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband en voorbeeldzinnen:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.002 c