kolk

als woordenboektrefwoord:

kolk:
v. (-en), diepe kuil, afgrond; draaikolk.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

kolk (zn):
poel, vijver, wiel

als synoniem van een ander trefwoord:

maalstroom (zn) :
draaikolk, kolk, mallemolen, neer, wieling
poel (zn) :
drinkplaats, kolk, moeras, plas, vijver
wiel (zn) :
kolk

woordverbanden van ‘kolk’ grafisch weergegeven

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908):

Diepte is het algemeene woord. Afgrond wordt gezegd van eene groote diepte, en verbindt er het denkbeeld aan, dat wat erin valt reddeloos verloren is, daar het door de grootte van den val verpletterd wordt of te gronde gaat. Het kan evenzeer voor eene diepte zonder water, als voor eene onpeilbaar diepe watermassa gebruikt worden. Een gebergte vol afgronden. Het schip verzonk in den afgrond. Kolk bezigt men voornamelijk van grondelooze, onpeilbare wateren; poelen zijn stilstaande wateren, die ofschoon niet zoo diep, door hunne vuilheid gevaarlijk zijn voor hem, die er in valt. Afgrond en poel worden ook figuurlijk gebezigd voor een toestand van diepe ellende. Een afgrond van rampen en ellenden. Een poel van jammeren.

in Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 108:

afgrond, poel, kolk

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband en voorbeeldzinnen:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.002 c