afgrond

als woordenboektrefwoord:

afgrond:
m. (-en), grondeloze diepte ; een afgrond van ellende, diepe ellende.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen: niet gevonden.

als synoniem van een ander trefwoord:

diepte (zn) :
afgrond, kloof, kom, laagte
kloof (zn) :
afgrond, ravijn, slenk
ravijn (zn) :
afgrond, bergkloof

woordverbanden van ‘afgrond’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908):

in hedendaagse spelling:
afgrond, diepte, kolk, poel

Afgrond — diepte — kolk — poel. Diepte is het algemeene woord. Afgrond wordt gezegd van eene groote diepte, en verbindt er het denkbeeld aan, dat wat erin valt reddeloos verloren is, daar het door de grootte van den val verpletterd wordt of te gronde gaat. Het kan evenzeer voor eene diepte zonder water, als voor eene onpeilbaar diepe watermassa gebruikt worden. Een gebergte vol afgronden. Het schip verzonk in den afgrond. Kolk bezigt men voornamelijk van grondelooze, onpeilbare wateren; poelen zijn stilstaande wateren, die ofschoon niet zoo diep, door hunne vuilheid gevaarlijk zijn voor hem, die er in valt. Afgrond en poel worden ook figuurlijk gebezigd voor een toestand van diepe ellende. Een afgrond van rampen en ellenden. Een poel van jammeren.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
afgrond, poel, kolk

AFGROND, POEL, KOLK

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 108.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0017 c