maag

als woordenboektrefwoord:

maag:
m. en v. (magen), bloedverwant.
maag:
v. (magen), spijsverteringsorgaan.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

maag (zn) :
bloedverwant, verwant
maag (zn) :
buik, buikstreek
maag (zn) :
maagholte, pens

als synoniem van een ander trefwoord:

verwant (zn) :
bloedverwant, familielid, maag, naverwant, verwante
pens (zn) :
buik, maag

woordverbanden van ‘maag’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908):

Bloed verwant, maag en nabestaande duiden de leden van familiën aan, die tot één geslacht behooren. Bloedverwant of verwant (zelfst. nw.) geeft te kennen dat iemand tot hetzelfde geslacht behoort, uit denzelfden stamvader gesproten is; verwant komt meer voor als bijv. nw. en beteekent dan: (van personen gezegd) door bloedverwantschap verbonden. Hij is na aan hem verwant. Van zaken gezegd, beteekent het: punten van overeenkomst hebbend met: de verschillende kunsten zijn aan elkander verwant. Nabestaande is hetzelfde als bloedverwant, maar duidt ook iemands meer verwijderde betrekkingen aan; maag, dat een oud woord voor verwant is, zag waarschijnlijk oorspronkelijk op de betrekking tusschen het hoofd des geslachts en de onder zijn gezag staande afstammelingen Tegenwoordig beteekent het hetzelfde als bloedverwant. Man en maag te hulp roepen. Ik heb hier vriend noch maag.

in Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, blz. 379:

woorden met een verwante vorm:

zelfstandig naamwoord

zie ook:

bij andere sites:

synoniemen-sites:
algemene woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband en voorbeeldzinnen:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0042 c