neigen

als woordenboektrefwoord:

neigen:
(geneigd), naar beneden buigen ; hellen.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

neigen (ww):
de neiging hebben, tenderen, zwemen
neigen (ww):
buigen, krombuigen, krommen, wenden
neigen (ww):
hellen, inclineren, overhellen

als synoniem van een ander trefwoord:

hellen (ww) :
aflopen, glooien, neigen, schuin lopen, schuin oplopen, zwemen

woordverbanden van ‘neigen’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
hellen, neigen, overhangen, overhellen, overlenen

Hellen — neigen — overhangen — overhellen — overlenen. Een niet loodrechten stand hebben. Hellen drukt dit uit zonder er iets meer bij te voegen; in overhellen is dit begrip iets sterker uitgedrukt; overhangen drukt het zeer sterk uit; was er niets, waaraan het voorwerp verbonden was, of waaraan het hing, dan zou het vallen; het wordt echter ook voor overhellen gebruikt. Neigen, eigenlijk zich neigen, is zich buigen; van levenlooze voorwerpen wordt het dus in eigenlijken zin niet gebruikt. Overlenen, dat bij Vondel nog voor overhellen in gebruik was, is thans uit de taal bijna geheel verdwenen.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in Keur van Nederlandsche Synoniemen (1922)*:

in hedendaagse spelling:
neigen, hellen, overhellen, overhangen

123. Neigen — hellen — overhellen — overhangen.

Een schuinen stand hebben.

Hellen wijst eenvoudig aan, dat er een afwijking van den loodrechten stand bestaat. Deze muur helt naar links.

Overhellen drukt het begrip iets sterker uit. De toren begint bedenkelijk over te hellen.

Overhangen is nog sterker; het wijst er op, dat het voorwerp reeds bijna een horizontalen stand heeft gekregen en zoodoende zich boven een andere plaats bevindt. De overhangende takken zullen wij laten kappen.

Alleen overhellen wordt figuurlijk gebruikt, In den slag bij Nieuwpoort bleef de strijd lang onbeslist, totdat eindelijk de overwinning naar Maurit's zijde begon over te hellen (Men denkt hierbij onwillekeurig aan de balans, waarvan de tong overhelt. Werk het beeld verder uit!)

Neigen beteekent: in schuine richting nader bij den grond brengen of buigen, en komt vooral overgankelijk voor. De bloemen neigden haar hoofd. „Neig, o God, Uw gunstige ooren!" (De Hoogere buigt zich tot den lagere.)

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
neigen, hellen, overhellen, overhangen

NEIGEN, HELLEN, OVERHELLEN, OVERHANGEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 473.

in hedendaagse spelling:
neigen, nijgen

NEIGEN, NIJGEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 474.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.004 c