paard

als woordenboektrefwoord:

paard:
o. (-en), trek- en lastdier. paardje, o. (-s).

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

paard (zn):
karrenpaard, renpaard, rijpaard, trekpaard
paard (zn):
knol, ros
paard (zn):
schraag
paard (zn):
bok

als synoniem van een ander trefwoord:

knol (zn) :
boerenpaard, paard
loper (zn) :
harddraver, paard
ros (zn) :
paard, viervoeter
horse (zn) :
paard

woordverbanden van ‘paard’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
klepper, ros, knol, paard, hengst, ruin, merrie, veulen, hit, kid

KLEPPER, ROS, KNOL, PAARD, HENGST, RUIN, MERRIE, VEULEN, HIT, KID

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 2, bladzijde 152.

in hedendaagse spelling:
paard, ros, hengst, ruin, merrie, veulen

PAARD, ROS, HENGST, RUIN, MERRIE, VEULEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 3, bladzijde 94.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0027 c