gebeurtenis

als woordenboektrefwoord:

gebeurtenis:
v. (-sen), belangrijk voorval.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

gebeurtenis (zn):
aangelegenheid, feit, feitelijkheid, gebeuren, gelegenheid, moment, ontwikkeling, voorval, wedervaren
gebeurtenis (zn):
belevenis, evenement, geschiedenis, manifestatie
gebeurtenis (zn):
feest, happening, plechtigheid

als synoniem van een ander trefwoord:

geval (zn) :
aangelegenheid, affaire, case, casus, gebeurtenis, historie, kwestie, omstandigheid, situatie, toestand, toeval, voorval, zaak
belevenis (zn) :
avontuur, ervaring, evenement, gebeuren, gebeurtenis, lotgeval, perikel, wedervaren, wederwaardigheid
voorval (zn) :
casus, feit, gebeurde, gebeurtenis, gebeurtenis, geval, incident, omstandigheid, wederwaardigheid
feit (zn) :
fait, feitelijkheid, gebeurde, gebeurtenis, gegeven, omstandigheid, voorval, waarheid
aangelegenheid (zn) :
affaire, besogne, gebeurtenis, geval, issue, kwestie, omstandigheid, zaak
ontwikkeling (zn) :
belevenis, evenement, gebeurtenis, verwikkeling, voorval
geschiedenis (zn) :
avontuur, belevenis, gebeurde, gebeurtenis, voorval
manifestatie (zn) :
betoging, demonstratie, gebeurtenis, happening
event (zn) :
evenement, gebeurtenis, manifestatie
gebeuren (zn) :
evenement, gebeurtenis, happening
ervaring (zn) :
belevenis, gebeuren, gebeurtenis
wedervaren (zn) :
avontuur, gebeurtenis, lotgeval
gelegenheid (zn) :
evenement, gebeurtenis
moment (zn) :
gebeurtenis
happening (zn) :
gebeurtenis
handeling (zn) :
gebeurtenis

woordverbanden van ‘gebeurtenis’ grafisch weergegeven

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
avontuur, feit, gebeurtenis, toeval, voorval

Avontuur — feit — gebeurtenis — toeval — voorval. De ruimste beteekenis heeft het woord gebeurtenis, dat in het algemeen iets aanduidt, dat geschiedt of voorvalt. Voorval is een op zich zelf staand feit of eene gebeurtenis, die slechts enkele personen betreft. Voor gebeurtenis en voorval wordt ook het aan het Fransch ontleende woord feit gebruikt. Feit stelt op den voorgrond, dat iets werkelijk geschied is; het is wat de Duitschers thatsache noemen, waaraan wederom het germanisme daadzaak ontleend is. Bovendien wordt feit gebruikt in den zin van historische gebeurtenis. Aan toeval is altijd het bijdenkbeeld verbonden van iets onverwachts of verrassends. Avontuur is eene buitengewone, eene toevallige, buiten den regel zijnde, gebeurtenis; dikwijls is er de gedachte van gevaar aan verbonden. „De nederlaag van Napoleon bij Waterloo was eene gewichtige gebeurtenis; de ontmoeting van Blücher en Wellington aan den avond van den slag was een gedenkwaardig voorval; het niet verschijnen van het corps van Grouchy op het beslissende oogenblik was voor de Franschen een noodlottig toeval. De vlucht van Napoleon uit Rusland was vol avonturen. Bij de studie der historie moet men veel feiten en jaartallen leeren."

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
avontuur, gebeurtenis, voorval, toeval

AVONTUUR, GEBEURTENIS, VOORVAL, TOEVAL

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 174.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek - verwante woorden
woordenboeken:
WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - rijmwoorden - Wikipedia - Google

debug info: 0.005 c