helder

als woordenboektrefwoord:

helder:
bn. (-der, -st), klaar, licht; zuiver ; blinkend.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

helder (bn):
begrijpelijk, duidelijk, inzichtelijk, klaar, limpide, overtuigend, overzichtelijk, zuiver
helder (bn):
blinkend, fris, glanzend, intelligent, scherp, scherpzinnig, uitgeslapen, vinnig, wakker
helder (bn):
doorschijnend, doorzichtig, licht, lichtgevend, lucide, lumineus, pienter, slim
helder (bn):
proper, rein, schoon, zindelijk
helder (bn):
doorzichtig, transparant
helder (bn):
onbewolkt, zonnig

als synoniem van een ander trefwoord:

duidelijk (bn) :
afgetekend, apert, evident, flagrant, helder, klaarblijkend, klaarblijkelijk, merkelijk, onbetwistbaar, ondubbelzinnig, onloochenbaar, onmiskenbaar, onomstotelijk, ontegensprekelijk, ontegenzeggelijk, ontegenzeglijk, onweerlegbaar, overduidelijk, zonneklaar
rein (bn) :
helder, kuis, maagdelijk, net, netjes, onbesmet, onbevlekt, onbezoedeld, ongekreukt, ongerept, onverdorven, puur, schoon, smetteloos, vlekkeloos, zindelijk, zuiver
wakker (bn) :
alert, bij de pinken, bijdehand, ferm, flink, glad, helder, kordaat, kwiek, levendig, pienter, pront, sterk, uitgeslapen, vief, vigilant, vinnig, vlug
klaar (bn) :
begrijpelijk, duidelijk, glashelder, helder, licht, lucide, ondubbelzinnig, patent, rijp, transparant, zonneklaar, zuiver
schoon (bn) :
brandschoon, clean, fris, helder, hygiënisch, net, netjes, onbezoedeld, proper, rein, smetteloos, vers, zindelijk, zuiver
goochem (bn) :
bij de pinken, bijdehand, helder, kien, pienter, slim, snugger, uitgekookt, uitgeslapen, van zessen klaar, verstandig
scherpzinnig (bn) :
gevat, helder, intelligent, knap, kritisch, opmerkzaam, scherp, scherpziend, schrander, slim, spits, vernuftig
overtuigend (bn) :
afdoend, doorslaand, geloofwaardig, helder, krachtig, onweerlegbaar, overredend, steekhoudend
begrijpelijk (bn) :
bevattelijk, duidelijk, glashelder, helder, klaar, te begrijpen, verklaarbaar, verstaanbaar
overzichtelijk (bn) :
begrijpelijk, duidelijk, geordend, helder, ordelijk, overschouwbaar, schematisch
lumineus (bn) :
heerlijk, helder, lichtend, lucide, prachtig, schitterend, uitstekend
hel (bn) :
blinkend, fel, helder, opvallend, opzichtig, schel, stralend
bevattelijk (bn) :
aannemelijk, begrijpelijk, doorzichtig, duidelijk, helder
zindelijk (bn) :
helder, hygiënisch, net, netjes, proper, rein, schoon
levendig (bn) :
fel, fleurig, flink, fris, helder, vinnig, vlug, wakker
licht (bn) :
bleek, helder, klaar, lumineus, verlicht, zonnig
duidelijk (bn) :
helder, klaar, logisch, lucide, proper, zuiver
inzichtelijk (bn) :
begrijpelijk, duidelijk, helder
scherp (bn) :
duidelijk, haarscherp, helder
fris (bn) :
helder, hygiënisch, schoon
onbewolkt (bn) :
helder, vrolijk, wolkeloos
zuiver (bn) :
duidelijk, helder, klaar
sprekend (bn) :
geprononceerd, helder
fel (bn) :
hel, helder, scherp
liquide (bn) :
helder, vloeibaar
blank (bn) :
glanzend, helder
lucide (bn) :
helder
vinnig (bn) :
helder
netjes (bw) :
beleefd, clean, comme il faut, fatsoenlijk, fijntjes, fraaitjes, gekloft, gepast, helder, keurig, knap, knapjes, mooi, net, onberispelijk, opgeruimd, ordelijk, pront, proper, propertjes, rein, schoon, verzorgd, zindelijk, zuiver
uitgeslapen (ww) :
bij de pinken, bijdehand, helder, kwiek, leep, snugger, van zessen klaar, vlug

woordverbanden van ‘helder’ grafisch weergegeven

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
begrijpelijk, bevattelijk, duidelijk, helder, klaar, verstaanbaar

Begrijpelijk — bevattelijk — duidelijk — helder — klaar — verstaanbaar. Begrijpelijk is een passief begrip: het ziet op zaken, die men licht kan begrijpen, waarvan men de oorzaak licht kan inzien (soms wordt het, en nog meer het tegenovergestelde onbegrijpelijk, in actieven zin gebruikt; b.v. wat is hij van daag weer onbegrijpelijk; ik kan hem niets aan het verstand brengen); bevattelijk is een actief begrip wanneer het ziet op personen, die iets licht bevatten of begrijpen; in passieven zin is het synoniem met duidelijk, en beteekent dan wat voor de bevatting geschikt is. Hij weet alles zoo bevattelijk te maken. Duidelijk is sterker dan begrijpelijk en geeft te kennen, dat men iets bijna zonder nadenken kan begrijpen; van iets waarop in letterlijken of figuurlijken zin het volle licht valt, welks omtrekken dus goed waarneembaar en gemakkelijk te onderscheiden zijn, gebruikt men klaar en helder. Het eerste meer in tegenoverstelling van troebel, het tweede in tegenoverstelling van duister. (Vergelijk bij Helder). Verstaanbaar is in de eerste plaats datgene, wat gemakkelijk gehoord kan worden, en vervolgens datgene, waarvan men gemakkelijk den zin kan vatten. Eene onbegrijpelijke dwaling. Een bevattelijk kind. Een duidelijk bewijs. Hij spreekt verstaanbare taal. Hij gaf ons eene klare en heldere voorstelling der zaak.

in hedendaagse spelling:
helder, klaar

Helder — klaar. De lichtstralen doorlatende of terugkaatsende. Helder ziet zoowel op de zuiverheid der oppervlakte, als op die van den inhoud. Bij Kiliaen beteekende het nog doorzichtig. Thans wordt het meer bepaald in tegenstelling met donker gedacht, en heeft het de bijgedachte van licht van kleur. Klaar is datgene wat de lichtstralen ongehinderd doorlaat, wat dus niet troebel is; het ziet derhalve alleen op de zuiverheid van den inhoud van iets. Helder glas, helder water, een heldere lucht, de heldere kleuren; de spiegel is helder; het water is klaar als kristal; een klare bron.

in hedendaagse spelling:
helder, schoon, zindelijk

Helder — schoon — zindelijk. Wat goed gereinigd of gewasschen is. Helder ziet meer op de lichtere kleur, die iets krijgt, nadat het vuil er uit verwijderd is. Schoon op de reinheid en het frissche uiterlijk, zindelijk op de afwezigheid van vuil, en wat men erbij veronderstelt: afkeerigheid van onreinheid. De kleeren van die arme vrouw zijn altijd even helder. Hoe een schoone boezelaar aan. Schoone handen. Zij was zindelijk op haar handen. Eene knappe, zindelijke dienstbode.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
helder, klaar

HELDER, KLAAR

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 244.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

helder
flets, goor, groezelig, mistig, onhelder, smerig, troebel, vaal, vies, vuil

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - rijmwoorden - Wikipedia - Google

debug info: 0.0054 c