Synoniemen.net gebruikt cookies en vergelijkbare technologie├źn ("cookies"), onder andere om je een optimale gebruikerservaring te bieden. Dat houdt in dat synoniemen.net het gedrag van bezoekers vastlegt, analyseert en deelt en zo de website beter afstemt op de interesses van de bezoeker. Cookies van Improve Digital, AppNexus kunnen worden gebruikt om advertenties te tonen, gedragsgegevens te delen en artikelen aan te bevelen op synoniemen.net die aansluiten op je interesses.

Lees meer over ons privacy-beleid.

cookies accepteren

cookies niet accepteren


schel

als woordenboektrefwoord:

schel:
v. (-len), bel. schelletje, o. (-s).
schel:
bn.bw.(-ler, -st), helderklinkend.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

schel (zn):
plak, schijf, sneetje
schel (zn):
schil
schel (zn):
bel
schel (bn):
doordringend, hard, hel, hoog, krassend, opzichtig, schaterend, scherp, schetterend, schreeuwerig, schril, verblindend

als synoniem van een ander trefwoord:

schitterend (bn) :
blinkend, briljant, eclatant, flonkerend, fonkelend, glansrijk, glanzend, glimmend, luisterrijk, schel, sprankelend, stralend, vlammend
scherp (bn) :
doordringend, fel, fijn, indringend, kien, overheersend, penetrant, schel, scherpzinnig, schril
hard (bn) :
bar, fel, flink, hevig, krachtig, krachtig ingespannen, krachtig luid, luid, schel, zeer
hel (bn) :
blinkend, fel, helder, opvallend, opzichtig, schel, stralend
hel (bn) :
doordringend, indringend, luid, schel
doordringend (bn) :
penetrant, schel, scherp, schril
schreeuwerig (bn) :
schel, schetterend
plak (zn) :
reep, schel, schijf, snede, snee, stuk, tablet
schijf (zn) :
moot, plak, ring, schel, snede
bel (zn) :
klok, klokje, schel

woordverbanden van ‘schel’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
bel, klok, schel

Bel — klok — schel. Een hol, metalen voorwerp tot het geven van geluidsignalen. Eene klok is meestal vrij groot van omvang en heeft de gedaante van een stompen kegel, die van onderen open is. Het luiden der klokken geschiedt, door de klok zelf in eene zwaaiende beweging te brengen; soms ook hangt de klok stil en wordt de klepel heen en weer-bewogen; men laat de klok slaan, door er een hamer aan den buitenonderkant op te laten neerkomen. De schel is een kleiner klokvormig werktuig, waarin een klepel aangebracht is, die door aanraking der wanden geluid veroorzaakt; de bel is eigenlijk rond en klinkt door losse, daarin rammelende stukjes metaal. Een kinderbel (rammelaar), een narrebel. Deze onderscheiding wordt echter weinig in acht genomen. In verschillende plaatsen beslist het gebruik. De Rotterdammer b.v. spreekt altijd van bel; schel behoort daar tot den deftigen stijl. De kat draagt een band met belletjes; de koeien op de bergen in Zwitserland hebben harmonisch gestemde klokjes aan den hals.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
bel, schel

BEL, SCHEL

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 271.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

schel
zacht

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek - verwante woorden
woordenboeken:
ANW - WNT (i) (ii) (iii) (iv) - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - rijmwoorden - Wikipedia - Google

debug info: 0.004 c