zeer

als woordenboektrefwoord:

zeer:
o. pijn ; leed.
zeer:
bn. (-der, -st), pijnlijk, smartelijk; ontstoken.
zeer:
bw. in hoge mate.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

zeer (bn):
gevoelig, pijnlijk, smartelijk
zeer (bn):
ontstoken
zeer (bn):
hard
zeer (bw):
bitter, buitensporig, duivels, flink, krachtig, nogal, uitzonderlijk, zo
zeer (bw):
gauw, snel, vlug
zeer (zn):
droefenis, kwaad, leed, lijden, pijn, smart, verdriet
zeer (zn):
wond, zere plek

als synoniem van een ander trefwoord:

uitzonderlijk (bn) :
abnormaal, apart, bijzonder, buitengemeen, buitengewoon, exceptioneel, extreem, ongekend, onvergelijkelijk, speciaal, uiterst, uniek, zeer, zeldzaam
erg (bn) :
behoorlijk, bijster, danig, enorm, flinkheel, hevig, intens, nogal, onwijs, schromelijk, veel, verregaand, vreselijk, zeer, zwaar
zwaar (bn) :
deerlijk, erg, ernstig, geweldig, grovelijk, hard, herculisch, hevig, scherp, smartelijk, sterk, verschrikkelijk, zeer
hard (bn) :
bar, fel, flink, hevig, krachtig, krachtig ingespannen, krachtig luid, luid, schel, zeer
innig (bn) :
diep, diepgevoeld, hevig, intiem, liefdevol, nauw, oprecht, vurig, warm, warmhartig, zeer
duchtig (bn) :
behoorlijk, danig, fiks, flink, geducht, krachtig, onbarmhartig, stevig, terdege, zeer
sterk (bn) :
aanzienlijk, fel, fiks, flink, fors, geweldig, hard, hevig, intens, veel, zeer, zwaar
gevoelig (bn) :
aanmerkelijk, aanzienlijk, belangrijk, merkbaar, voelbaar, zeer
bar (bn) :
barbaars, cru, danig, erg, grof, ongehoord, ontzettend, zeer
pijnlijk (bn) :
gekweld, schrijnend, smartelijk, zeer, zwaar
verbazend (bn) :
buitengewoon, fabelachtig, reuze, zeer
verdomd (bn) :
erg, ontiegelijk, verrekt, zeer
ontzettend (bn) :
geducht, in hoge mate, zeer
ouderwets (bn) :
flink, zeer
vreselijk (bw) :
buitengewoon, erg, geducht, geweldig, nameloos, onbeschrijflijk, ontstellend, ontzaglijk, ontzettend, uitermate, uiterst, verdomd, zeer
verschrikkelijk (bw) :
crimineel, erbarmelijk, erg, hard, heidens, hopeloos, ondraaglijk, schandelijk, schrikbarend, schromelijk, slecht, verdraaid, zeer
uiterst (bw) :
bijzonder, buitengewoon, geweldig, hoogst, ontstellend, ontzettend, supreem, uitermate, ultra, verregaand, vreselijk, zeer
uitermate (bw) :
buitengewoon, diep, enorm, extreem, hoogst, ontstellend, ontzettend, reusachtig, uiterst, verschrikkelijk, vreselijk, zeer
bijzonder (bw) :
buitengemeen, extra, in hoge mate, ongemeen, uitermate, uiterst, uitgelezen, uitzonderlijk, verregaand, zeer
danig (bw) :
behoorlijk, buitengewoon, duchtig, enorm, erg, flink, geducht, nogal, ontzettend, terdege, zeer
erg (bw) :
bijzonder, buitengewoon, ontzettend, verschrikkelijk, vreselijk, zeer
deksels (bw) :
bliksems, donders, drommels, duivekaters, duivels, verduiveld, zeer
diep (bw) :
bijzonder, bitter, erg, ergst, hoogst, uitermate, uiterst, zeer
alleszins (bw) :
absoluut, geheel, volkomen, volledig, zeer, zeker, zonder meer
veel (bw) :
aanzienlijk, belangrijk, erg, heel, molto, sterk, zeer
hoogst (bw) :
buitengewoon, ten zeerste, uitermate, uiterst, zeer
geducht (bw) :
behoorlijk, danig, flink, grondig, terdege, zeer
enorm (bw) :
danig, monsterachtig, onwijs, verdomd, zeer
verdraaid (bw) :
ontzettend, verdomd, verschrikkelijk, zeer
duivels (bw) :
donders, enorm, erg, verduiveld, zeer
buitengewoon (bw) :
danig, ongemeen, uitermate, zeer
onwijs (bw) :
enorm, erg, immens, te gek, zeer
lustig (bw) :
flink, krachtig, terdege, zeer
geheel (bw) :
faliekant, flink, vol, zeer
bitter (bw) :
bar, bijzonder, zeer
machtig (bw) :
buitengewoon, zeer
hevig (bw) :
uitermate, zeer
deerlijk (bw) :
zeer, zwaar
zo (bw) :
erg, zeer
bijster (bw) :
erg, zeer
heel (bw) :
erg, zeer
peilloos (bw) :
zeer
afschuwelijk (bw) :
zeer
verdriet (zn) :
bedroefdheid, chagrijn, droefenis, droefheid, hartenleed, hartzeer, kommer, kruis, leed, leedwezen, narigheid, pijn, rouw, smart, spijt, treurigheid, treurnis, wee, zeer, zorg
smart (zn) :
bedroefdheid, droefenis, droefheid, hartenleed, hartzeer, kommer, leed, leedwezen, lijden, pijn, rouw, treurigheid, treurnis, triestheid, verdriet, wee, weedom, zeer
lijden (zn) :
agonie, doodsangst, doodsstrijd, doodstrijd, hartenpijn, hartzeer, kwaad, leed, lijdensweg, martelgang, pijn, pijniging, smart, zeer, zielenleed, zielenpijn
pijn (zn) :
kommer, leed, lijden, smart, verdriet, wee, zeer
kwaad (zn) :
afbreuk, nadeel, leed, lijden, pijn, zeer

woordverbanden van ‘zeer’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

aanmerkelijk:
opmerkelijk, merkwaardig, belangrijk, groot, sterk, zeer (niet: beduidend)
bar:
zeer
bovenmatig:
overtollig, uitbundig, zeer
buitengewoon:
buitengemeen, ongemeen, ongewoon, buitenmate, bovenmatig, overmatig, bovenmenselijk, buitensporig, ongebruikelijk, onregelmatig, eigenaardig, merkwaardig, wonderlijk, zeldzaam, bijzonder, zeer
buitensporig:
losbandig, tomeloos, overdreven, onmatig, overmatig, bovenmatig, overdadig, buitengewoon, zeer
bijster:
zeer
bijzonder:
zeer
danig:
duchtig, zeer
deerlijk:
ellendig, zeer
duchtig:
danig, krachtig, stevig, flink, zeer
geducht:
gevreesd, verschrikkelijk, zeer
geweldig:
verschrikkelijk, sterk, zeer
heel:
zeer
hevig:
heftig, geweldig, ongenadig, hartstochtelijk, wild, zeer
hooglijk:
zeer
hoogst:
zeer
kras:
buitensporig, zeer
lelijk:
deerlijk, zeer
machtig:
zeer
onbeschrijfelijk:
onuitsprekelijk, onzegbaar, onnoemelijk, nameloos, zeer
ongemeen:
ongewoon, buitengewoon, zeer
ongenadig:
hevig, zeer
onnoemelijk:
bijzonder, zeer
ontzaglijk:
ontzagwekkend, indrukwekkend, schrikwekkend, vreeswekkend, ontzettend, geducht, zeer
pijn:
smart, leed, lijden, zeer, verdriet
schromelijk:
vreselijk, verschrikkelijk, zeer
sterk:
zeer
verregaand:
zeer
verschrikkelijk:
schromelijk, zeer
verwonderlijk:
wonderlijk, zeer
zeer:
pijn
zeer:
pijnlijk
zeer:
verdriet
zeer:
heel, erg, kras, danig, recht, bijster, bijzonder, buitengewoon, buitengemeen, ongemeen, zeldzaam, verregaand, buitensporig, verbazend, verwonderlijk, grotelijks, hoogst, hogelijk, sterk, machtig, bar
zeer:
onuitsprekelijk, onbeschrijfelijk, onnoemelijk, duchtig, geducht, schromelijk, vreselijk, verschrikkelijk, ijselijk, ontzaglijk, ontzettend, geweldig, dodelijk, drommels, deksels, vervloekt, verdoemd
zeldzaam:
ongebruikelijk, bijzonder, wonderlijk, zeer

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
gat, kloof, spleet, steek, houw, hak, schoot, scheur, berst, reet, breuk, kneuzing, buil, striem, kwetsuur, wonde, zeer, zweer, gezwel

GAT, KLOOF, SPLEET, STEEK, HOUW, HAK, SCHOOT, SCHEUR, BERST, REET, BREUK, KNEUZING, BUIL, STRIEM, KWETSUUR, WONDE, ZEER, ZWEER, GEZWEL

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 2, bladzijde 116.

in hedendaagse spelling:
wel, heel, zeer, vrij, redelijk, schikkelijk, schappelijk, passelijk, matig, tamelijk

WEL, HEEL, ZEER, VRIJ, REDELIJK, SCHIKKELIJK, SCHAPPELIJK, PASSELIJK, MATIG, TAMELIJK

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 2, bladzijde 256.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

zie ook:
zeer warm

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek - verwante woorden
woordenboeken:
ANW - WNT (i) (ii) (iii) (iv) - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - rijmwoorden - Wikipedia - Google

debug info: 0.007 c