Synoniemen.net gebruikt cookies en vergelijkbare technologie├źn ("cookies"), onder andere om je een optimale gebruikerservaring te bieden. Dat houdt in dat synoniemen.net het gedrag van bezoekers vastlegt, analyseert en deelt en zo de website beter afstemt op de interesses van de bezoeker. Cookies van Improve Digital, AppNexus kunnen worden gebruikt om advertenties te tonen, gedragsgegevens te delen en artikelen aan te bevelen op synoniemen.net die aansluiten op je interesses.

Lees meer over ons privacy-beleid.

cookies accepteren

cookies niet accepteren


hoog

als woordenboektrefwoord:

hoog:
bn. bw. (-er, -st), verheven ; iets hoog opnemen, het zeer kwalijk nemen; hoog spel spelen, iets gewaagds ondernemen.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

hoog (bn):
aanzienlijk, edel, gevorderd, hooggeplaatst, treffelijk, vergevorderd, verheven, voornaam
hoog (bn):
fiks, gepeperd
hoog (bn):
groot

als synoniem van een ander trefwoord:

verheven (bn) :
goddelijk, groot, groots, heilig, hemels, hoog, hoogstaand, majestueus, schoon, subliem, doorluchtig, edel, hoog, maestoso, majestatisch, nobel, plechtig, statelijk, statig, voornaam
aanzienlijk (bn) :
achtbaar, achtenswaardig, belangrijk, deftig, doorluchtig, eerwaardig, eminent, geacht, gedistingeerd, gezien, hoog, notabel, prominent, respectabel, treffelijk, voornaam
aanzienlijk (bn) :
aanmerkelijk, aardig, beduidend, belangrijk, considerabel, enorm, flink, groot, hoog, merkbaar, merkelijk, noemenswaard, omvangrijk, opmerkelijk, reusachtig, ruim, veel
schel (bn) :
doordringend, hard, hel, hoog, krassend, opzichtig, schaterend, scherp, schetterend, schreeuwerig, schril, verblindend
groot (bn) :
aanzienlijk, dik, flink, fors, hoog, lang, omvangrijk, ontzaglijk, ruim, stevig, veel, wijd
gevorderd (bn) :
geavanceerd, hoog, laat, ver, vergaand
verantwoordelijk (bn) :
belangrijk, hoog, veeleisend
gepeperd (bn) :
fiks, hoog, pittig

woordverbanden van ‘hoog’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
hoog, verheven

Hoog — verheven. Hoog is de tegenstelling van laag, en dus alles wat zich boven het gewone peil verheft.; het veronderstelt gewoonlijk eene aanmerkelijke verheffing. Verheven is het verl. deelw. van verheffen, en is dus oorspronkelijk zwakker clan hoog. Eigenlijk gebruikt, beteekent verheven thans: een weinig hoog. Verheven werk, beeldwerk en relief. De troon staat op eene verhevenheid. Figuurlijk heeft verheven eene edele be-teekenis, hoog niet altijd. De zon staat hoog aan den hemel. Hooge woorden krijgen. Zijne eischen hoog stellen. Niet hoog timmeren. Een verheven verstand. Verheven daden. Eene verheven gedachte. Een verheven stijl.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
verheven, hoog, groot

VERHEVEN, HOOG, GROOT

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 3, bladzijde 236.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

hoog
laag
zie ook:
hoog gegrepen, hoog houden, hoog opgeven

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
ANW - WNT (i) (ii) - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - rijmwoorden - Wikipedia - Google

debug info: 0.0046 c