aanspraak maken op

als trefwoord met bijbehorende synoniemen: niet gevonden.

als synoniem van een ander trefwoord: niet gevonden.

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
aanspraak maken op, betwisten, zich toekennen

Aanspraak maken op — betwisten — toekennen (zich). Het bezit of genot eener zaak voor zich verlangen. Bij zich toekennen geeft men te kennen, dat iets aan den persoon zelf en aan geen ander toekomt. Aanspraak maken op en betwisten veronderstellen, dat de zaak niet in het bezit is van den persoon, die de aanspraak maakt of die betwist. Aanspraak maken is het laten gelden van eischen, hetzij gegrond of ongegrond om iets te bezitten. Betwisten onderstelt dat beide partijen gelijkelijk aanspraken op het bezit van iets meenen te hebben, en dat zij elkander met eenig geweld de zaak willen ontnemen. De vreemdeling maakte wel aanspraak op de erfenis, doch zijn eisch werd afgewezen. Dieren betwisten elkander hunne prooi, menschen betwisten elkander eene erfenis, den voorrang enz.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

zie ook:
aanspraak, maken, op

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0031 c