aanspraak

als woordenboektrefwoord:

aanspraak:
v. (...spraken), redevoering, toespraak; recht.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

aanspraak (zn):
claim, optie, pretentie, vordering
aanspraak (zn):
aanspreking
aanspraak (zn):
recht

als synoniem van een ander trefwoord:

optie (zn) :
alleenrecht, prerogatief, privilege, voorrecht, vrijdom, vrijheid, aanspraak, claim, eis
vordering (zn) :
aanspraak, eis, rechtsvordering, rekwisitie, requisitoir, terugeising, claim, vereiste
eis (zn) :
aanspraak, claim, optie, terugvordering, vordering, pretentie
recht (zn) :
aanspraak, aanspraak op, bevoegdheid, privilege, voorrecht
claim (zn) :
aanspraak, eis, recht, vordering
pretentie (zn) :
aanspraak, eis, claim

woordverbanden van ‘aanspraak’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
aanspraak, rede, redevoering, toespraak

Aanspraak — rede — redevoering — toespraak. Het zich min of meer plechtig met woorden richten tot een of meer personen, zoowel als de gesproken woorden zelf. Rede en redevoering verschillen alleen in zoover, dat de laatste eene meer plechtige wijze van openbare behandeling van een of ander gewichtig onderwerp aanduidt dan de eerste; meestal worden zij in het dagelijksch leven door elkaar gebruikt. Onder rede wordt ook het gewone gesprek verstaan: Iemand in de rede vallen. Aanspraak is zoowel het richten van het woord tot een persoon, als het in het openbaar min of meer deftig spreken tot alle aanwezigen; toespraak veronderstelt meer, dat de spreker zich rechtstreeks wendt tot een of meer der aanwezigen. Bij een openbaar examen, eene prijsuitdeeling, opent de voorzitter de plechtigheid met eene aanspraak, en richt naderhand eene toespraak tot de leerlingen.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
aanspraak, rede, redevoering

AANSPRAAK, REDE, REDEVOERING

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 50.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

zie ook:
aanspraak maken, aanspraak maken op, aanspraak op

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0029 c