bazelen

als woordenboektrefwoord:

bazelen:
(gebazeld), ijlen; onzin praten.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

bazelen (ww):
beuzelen, ijlen, kletsen, leuteren, onzin praten, raaskallen, wauwelen, zwammen

als synoniem van een ander trefwoord:

kletsen (ww) :
bazelen, beuzelen, dazen, leuteren, lullen, onzin verkopen, raaskallen, razen, wauwelen, zeveren, zwammen, zwetsen
ouwehoeren (ww) :
bazelen, beuzelen, dazen, kletsen, kwebbelen, leuteren, lullen, wauwelen, zaniken, zemelen, zwammen, zwetsen
zwammen (ww) :
bazelen, dazen, doorslaan, kletsen, leuteren, neuzelen, oreren, raaskallen, wauwelen, zwatelen, zwetsen
wauwelen (ww) :
bazelen, dazen, kakelen, kletsen, leuteren, ouwehoeren, zeveren, zwammen
raaskallen (ww) :
bazelen, divageren, doordraven, ijlen, kletsen, leuteren, malen
zwetsen (ww) :
bazelen, beuzelen, dazen, kletsen, raaskallen, wauwelen
leuteren (ww) :
bazelen, kletsen, revelen, wauwelen, zaniken, zwammen
fantaseren (ww) :
bazelen, ijlen, kletsen
onzin praten (ww) :
bazelen

woordverbanden van ‘bazelen’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
bazelen, ijlen, raaskallen

Bazelen — ijlen — raaskallen. Wartaal spreken. Een gezonde, die weinig verstand heeft of het niet gebruikt, bazelt; een zieke, wiens geregelde hersenwerking gestoord is, ijlt. Wat bazelt gij toch altijd van spoken! Eene ijlende koorts is eene koorts, waarbij de zieke ijlt. Raaskallen wordt zooveel gezegd van een zieke, die ijlhoofdig is, als van een gezonde die onzinnige praatjes verkoopt. 't Wordt echter meestal in den laatsten zin gebezigd. 't Lijkt wel of je raaskalt; wie heeft ooit zulken onzin gehoord!

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0024 c