blaaskaak

als woordenboektrefwoord:

blaaskaak:
m. (...kaken), bluffer, pocher.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

blaaskaak (zn):
bluffer, branieschopper, grootspreker, opschepper, opsnijder, pocher, praatjesmaker

als synoniem van een ander trefwoord:

bluffer (zn) :
blaaskaak, branieschopper, charlatan, grootspreker, ophakker, oplichter, opschepper, opsnijder, pocher, pochhans, praalhans, praatjesmaker, praler, snoever, stoefer

woordverbanden van ‘blaaskaak’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0014 c