bluffer

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

bluffer (zn):
blaaskaak, branieschopper, charlatan, grootspreker, ophakker, oplichter, opschepper, opsnijder, pocher, pochhans, praalhans, praatjesmaker, praler, snoever, stoefer

als synoniem van een ander trefwoord:

opschepper (zn) :
banjer, bluffer, branie, braniemaker, branieschopper, druktemaker, grootspreker, lawaaimaker, lefgozer, ophakker, pocher, poen, praatjesmaker, schreeuwlelijk, showbink, snoever, stoefer, windbuil
oplichter (zn) :
afzetter, bedrieger, bluffer, boef, flessentrekker, kwartjesvinder, ladelichter, slingeraar, zwendelaar
blaaskaak (zn) :
bluffer, branieschopper, grootspreker, opschepper, opsnijder, pocher, praatjesmaker
praatjesmaker (zn) :
bluffer, branie, druktemaker, fraseur, opschepper, opsnijder, windbuil
branie (zn) :
bluffer, durfal, opschepper, praatjesmaker, waaghals

woordverbanden van ‘bluffer’ grafisch weergegeven

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0022 c