bedrieger

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

bedrieger (zn):
afzetter, bedotter, defraudant, draaier, fielt, fopper, fraudeur, knoeier, knopendraaier, kwakzalver, ladelichter, misleider, mystificateur, oplichter, schurk, slingeraar, tweezak, valsspeler, verlakker, vervalser, zwendelaar

als synoniem van een ander trefwoord:

schurk (zn) :
bandiet, bedrieger, boef, booswicht, deugniet, ellendeling, fielt, galgenbrok, hondsvot, loebas, loeder, onverlaat, oplichter, ploert, schavuit, schelm, schobbejak, schoelje, schoft, slechterik, smiecht, snoodaard, spitsboef
oplichter (zn) :
afzetter, bedrieger, bluffer, boef, flessentrekker, kwartjesvinder, ladelichter, slingeraar, zwendelaar
charlatan (zn) :
bedrieger, beunhaas, kwakzalver, oplichter
fraudeur (zn) :
bedrieger, knoeier, oplichter, zwendelaar
flessentrekker (zn) :
afzetter, bedrieger, oplichter
kwakzalver (zn) :
bedrieger, charlatan

woordverbanden van ‘bedrieger’ grafisch weergegeven

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0017 c