poen

als woordenboektrefwoord:

poen:
m. (-en), gemene vent.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

poen (zn):
centen, duiten, geld, pecunia, ping-ping, slappe was
poen (zn):
dikdoener, opschepper, parvenu, patser, snoever

als synoniem van een ander trefwoord:

opschepper (zn) :
banjer, bluffer, branie, braniemaker, branieschopper, druktemaker, grootspreker, lawaaimaker, lefgozer, ophakker, pocher, poen, praatjesmaker, schreeuwlelijk, showbink, snoever, stoefer, windbuil
geld (zn) :
bloed, cash, centen, contanten, duimkruid, duiten, kapitaal, middelen, molm, moppen, noppen, pecunia, pegulanten, ping, pingping, poen, schijven, slappe was, specie, thesaurie, vermogen
pecunia (zn) :
cash, centen, duiten, geld, gelden, pegels, pegulanten, ping, pingping, poen, slappe was, vermogen
gelden (zn) :
geld, geldmiddelen, middelen, pecunia, pegulanten, ping, pingping, poen
patser (zn) :
dikdoener, grootdoener, opschepper, patjepeeƫr, patstrapper, poen
pooier (zn) :
bikker, poen, souteneur

woordverbanden van ‘poen’ grafisch weergegeven

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0022 c