buiging

als woordenboektrefwoord:

buiging:
v. (-en), kromming ; begroeting. buiginkje, o. (-s).

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

buiging (zn) :
afbuiging, bocht, flexuur, kromming
buiging (zn) :
kromming, nijging, plooi
buiging (zn) :
diffractie, inflexie
buiging (zn) :
reverentie
buiging (zn) :
verbuiging
buiging (zn) :
flexie

als synoniem van een ander trefwoord:

kromming (zn) :
bocht, bochtigheid, boog, buiging, knie, kromheid, kromte, kronkel, meander, welving
bocht (zn) :
buiging, curve, draai, kromming, kromte, kronkel, kronkeling, lus
plooi (zn) :
bocht, boog, buiging, neep
knieval (zn) :
buiging, voetval
diffractie (zn) :
buiging

woordverbanden van ‘buiging’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908):

Buiging is het algemeene woord. Het duidt aan eene beleefde begroeting door het lichaam te buigen; bij voorkeur wordt het van eene dergelijke begroeting van een heer gezegd. Nijging is de kniebuiging door eene dame gemaakt ten teeken van begroeting of eerbiedsbetoon. Dienaresse of reverence is de nijging, die eene dame maakt; dewijl in vroegeren tijd hierbij gezegd werd „ik ben uwe dienaresse", heeft deze buiging ook den naam van dienaresse gekregen. Het door het Fransch aan het Latijn ontleende woord reverence beteekent eerbiedsbewijs.

woorden met een verwante vorm:

werkwoord

bij andere sites:

synoniemen-sites:
algemene woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband en voorbeeldzinnen:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0035 c