duchten

als woordenboektrefwoord:

duchten:
(duchtte, geducht), vrezen.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen: niet gevonden.

als synoniem van een ander trefwoord:

schromen (ww) :
duchten, huiveren, vrezen

woordverbanden van ‘duchten’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
duchten, vrezen

Duchten — vreezen. Duchten is denken of vermoeden, dat er iets onaangenaams zal geschieden; vreezen is het gevoelen van de onaangename gewaarwording, die naderend kwaad of gevaar bij ons opwekt, of het krijgen van een gevoel van beklemming en onmacht, als men zich tegenover een machtiger bevindt. De veldheer duchtte eene hinderlaag. Oldenbarneveldt vreesde zijn rechters niet. Vrees den Heer.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0024 c