ontzien

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

ontzien (ww):
behoeden, niet aantasten, sparen, vrijwaren
ontzien (ww):
eerbiedigen, respecteren, vrezen

als synoniem van een ander trefwoord:

eerbiedigen (ww) :
erkennen, gehoorzamen, naleven, ontzien, respecteren, sparen
respecteren (ww) :
achten, eren, hoogachten, in ere houden, ontzien
sparen (ww) :
behoeden, ontzien, vrijwaren, zuinig omgaan met

woordverbanden van ‘ontzien’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
ontzien, sparen, verschonen

Ontzien — sparen — verschoonen. Men ontziet uit eerbied, plichtbesef, vrees; men spaart om te behouden; men verschoont uit menschen-kennis, zachtmoedigheid, mededoogen of uit willekeur. Ontzie uwe meerderen. Spaar uwe krachten. Verschoon de onnadenkendheid der jeugd. Neptuin ontziet noch dijk, noch paal. De dood spaart niemand. De felle dood .... verschoont de oude lien. (Vondel).

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
hoogachten, ontzien, eren, prijzen, loven, roemen, verheffen, verheerlijken, toejuichen, bewonderen

HOOGACHTEN, ONTZIEN, EEREN, PRIJZEN, LOVEN, ROEMEN, VERHEFFEN, VERHEERLIJKEN, TOEJUICHEN, BEWONDEREN

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 1, bladzijde 343.

in hedendaagse spelling:
ontzien, ontzag hebben

ONTZIEN, ONTZAG HEBBEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 3, bladzijde 48.

in hedendaagse spelling:
ontzien, sparen, verschonen

ONTZIEN, SPAREN, VERSCHOONEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 3, bladzijde 48.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0016 c