pluis

als woordenboektrefwoord:

pluis:
v. (pluizen), vlokje. Pluisje, o. (-s).
pluis:
o. geplozen touwwerk.
pluis:
bn. in orde, veilig : het is daar niet pluis.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

pluis (ww):
vlokken
pluis (zn):
draadje, haartje, vezeltje, vlok
pluis (bn):
in orde, veilig

als synoniem van een ander trefwoord:

in orde (bn) :
correct, functionerend, juist, pluis, werkend, werkzaam
koosjer (bn) :
betrouwbaar, legaal, onverdacht, pluis, zuivere koffie
veilig (bn) :
beschermd, beschut, betrouwbaar, pluis, safe, zeker

woordverbanden van ‘pluis’ grafisch weergegeven

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.002 c