toehoren

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

toehoren (ww):
hospiteren
toehoren (ww):
toebehoren
toehoren (ww):
auditeren
toehoren (ww):
luisteren

als synoniem van een ander trefwoord:

behoren (ww) :
deel uitmaken, horen bij, ressorteren, thuishoren, toebehoren, toehoren, vallen
horen (ww) :
aanhoren, beluisteren, luisteren naar, toehoren
luisteren (ww) :
aanhoren, horen, toehoren

woordverbanden van ‘toehoren’ grafisch weergegeven

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908):

in hedendaagse spelling:
aanhoren, toehoren, luisteren, toeluisteren

Aanhooren — toehooren — luisteren — toeluisteren. Alle beteekenen een min of meer aandachtig hooren. Toehooren en toe luisteren geven te kennen, dat men moeite aanwendt om te hooren; terwijl hooren enkel het opvangen van klanken door de gehoorzenuwen aanduidt, veronderstelt luisteren, dat men in staat en begeerig is om de klanken, die men hoort, te verstaan. Deze begeerte om te verstaan kan bij aanhooren geheel ontbreken; bovendien is dit woord meer op het opvangen van den zin der woorden dan van den enkelen klank toepasselijk. Hij wilde zulke gemeene taal niet aanhooren en evenmin luisteren naar de vleiende woorden van den verleider. Hoor toe; wanneer gij zoo heen en weer draait, kunt gij niet verstaan wat ik zeg. Luister goed toe, want iemand met zulk eene zachte stem kan men bijna niet verstaan. Den geheelen nacht hoorde ik het huilen van den wind in den schoorsteen, hoewel ik mijn best deed er niet naar te luisteren.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband en voorbeeldzinnen:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0021 c