Nederlandse synoniemen voor 'zijn'

N.B. De resultaten hieronder komen van derde partijen. Zie ook resultaten uit onze eigen synoniemendatabank voor zijn.

zijn (ww):
bestaan(en) to exist.
(de) —.
(ru) иметься, быть в наличии.
, staan(en) to exist.
(lt) būti.
, bent(en) second-person plural simple present indicative form of be.
(en) first-person plural simple present indicative form of be.
, zitten(en) to exist.
(lt) būti.
, zijt(en) second-person plural simple present indicative form of be.
(en) first-person plural simple present indicative form of be.
, er(en) to exist.
(fr) Exister, être présent, se passer.
, wezen(el) είμαι.
(pl) —.
, gebeuren(fr) (Impersonnel) Il fait : s’emploie pour marquer la nature, l’état, la disposition ou les qualités.
(fr) (Pronominal, impersonnel) Se faire, arriver.
, hebben(fr) Pour marquer un passé récent.
(en) auxiliary used in forming the perfect and the past perfect tenses.
, liggen(en) to exist.
(lt) būti.
, aan(en) be the property of., zich(en) act submissively., van(en) be the property of., toebehoren(en) be the property of., strijdig(en) be at odds (with)., iemand(en) be the property of., onderdanig(en) act submissively., met(en) be at odds (with)., aanpassen(en) act submissively., horen(en) be the property of., existeren(de) —., confligeren(en) be at odds (with)., conflicteren(en) be at odds (with)., bij(en) be the property of., zojuist(fr) Pour marquer un passé récent.

zijn (zn):
los(en) act of severing., lossnijden(en) act of severing., scheiding(en) act of severing.

zijn (determiner):
haar(en) belonging to it.

cached Via: WikiWoordenboek