schaars

als woordenboektrefwoord:

schaars:
bw. ternauwernood ; zelden.
schaars:
bn. (-er, meest -), weinig; karig.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

schaars (bn):
beperkt, dun gezaaid, raar, zeldzaam
schaars (bn):
karig, krap, schraal
schaars (bw):
spaarzaam, sporadisch, zelden

als synoniem van een ander trefwoord:

schraal (bn) :
arm, armelijk, armoedig, armzalig, behoeftig, gering, iel, karig, krap, mager, miezerig, onaanzienlijk, ontoereikend, pover, schaars, schamel, schriel, sober, zwak
dun (bn) :
fijn, flinterdun, iel, ijl, klein, mager, rank, schaars, schraal, slank, smal, subtiel
sporadisch (bn) :
af en toe, incidenteel, schaars, weinig, zelden, zeldzaam
weinig (bn) :
gering, karig, luttel, minst, poco, schaars, spaarzaam
zeldzaam (bn) :
infrequent, schaars, sporadisch, weinig voorkomend
gering (bn) :
dunnetjes, licht, matig, schaars, schraal, zwak
krap (bn) :
karig, schaars, schraal, weinig
raar (bn) :
schaars, zeldzaam, zelden
summier (bn) :
gering, klein, schaars
spaarzaam (bw) :
schaars, weinig, zelden

woordverbanden van ‘schaars’ grafisch weergegeven

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

schaars
luxueus, overvloedig, rijk, weelderig
zie ook:
schaar

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - rijmwoorden - Wikipedia - Google

debug info: 0.004 c