afgaan op

als trefwoord met bijbehorende synoniemen: niet gevonden.

als synoniem van een ander trefwoord:

vertrouwen (ww) :
accrediteren, afgaan op, betrouwen, bouwen, ervan uitgaan, geloven, hopen, rekenen, steunen op, zich verlaten op
zich baseren op (ww) :
uitgaan van, afgaan op

woordverbanden van ‘afgaan op’ grafisch weergegeven

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
afgaan op, aangaan op

Afgaan (op) — aangaan (op). Naar iemand of iets gaan. Aan gaan op drukt alleen uit, dat men zich in de richting naar een persoon of een voorwerp beweegt, afgaan op geeft te kennen, dat het voorwerp waarop men aangaat, tot wegwijzer verstrekt, en dat men het zoekt te bereiken. De uitgeputte wandelaar ging op het lichtje af. Met een persoon als object geschiedt afgaan op meestal met eene vijandelijke bedoeling. Hij ging recht op den vijand af.

in hedendaagse spelling:
afgaan op, uitgaan op

Afgaan (op) — uitgaan (op). Uitgaan om iets te bekomen. Afgaan op onderstelt dat men weet, wat men begeert en waar het te vinden is; uit gaan op, dat men weliswaar weet, wat men hebben wil, maar de zekerheid mist of, en waar men het begeerde bekomen kan. Iemand, die werk zoekt, gaat er op uit om het te vinden; weet hij, waar werk te krijgen is, dan gaat hij er op af.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

zie ook:
afgaan, op

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0013 c