afklimmen

als trefwoord met bijbehorende synoniemen: niet gevonden.

als synoniem van een ander trefwoord: niet gevonden.

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
afstijgen, afklimmen, afstappen, afzitten

Afstijgen — afklimmen — afstappen — afzitten. Van ruiters gezegd, die van hun rijdieren stijgen. Het eerste is de gewone uitdrukking; afklimmen, tenzij in po√ęzie gebruikt, veronderstelt een hoog rijdier en ziet op de moeite, die men heeft om er af te komen. De kleine jongen klom met moeite van het paard af. Afstappen wordt weinig meer van ruiters gezegd, en veronderstelt altijd, dat men op de plaats waar men afstapt, eenigen tijd vertoeven wil.

in hedendaagse spelling:
afstijgen, afklimmen, afstappen, uitstappen

Afstijgen — afklimmen — afstappen — uitstappen. Uit een rijtuig stappen. Afstijgen en uitstappen zijn de gewone uitdrukkingen, doch afstijgen is deftiger. Afklimmen veronderstelt een hoog rijtuig met veel treden. Afstappen is het rijtuig ergens verlaten, met het doel om er te vertoeven.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0024 c