afsnijden

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

afsnijden (ww) :
afknippen, uitsnijden
afsnijden (ww) :
couperen, snoeien
afsnijden (ww) :
doorsnijden
afsnijden (ww) :
versperren
afsnijden (ww) :
afsluiten
afsnijden (ww) :
besnoeien
afsnijden (ww) :
scheiden

als synoniem van een ander trefwoord:

snijden (ww) :
afsnijden, couperen, graveren, griffen, japen, kerven, knippen, stuksnijden
snoeien (ww) :
afsnijden, besnoeien, knotten, toppen, uitdunnen
scheren (ww) :
afknippen, afsnijden, knippen
afnemen (ww) :
afsnijden, couperen
couperen (ww) :
afsnijden, snijden
maaien (ww) :
afsnijden, snijden
doorsteken (ww) :
afsnijden
versperren (ww) :
afsnijden

woordverbanden van ‘afsnijden’ grafisch weergegeven

in Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, blz. 134:

woorden met een verwante vorm:

werkwoord

zie ook:

bij andere sites:

synoniemen-sites:
algemene woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband en voorbeeldzinnen:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0025 c