maaien

als woordenboektrefwoord:

maaien:
(gemaaid), met een zeis afsnijden.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

maaien (ww):
maaibenen, maaivoeten
maaien (ww):
afsnijden, snijden
maaien (ww):
oogsten, zwaaien
maaien (ww):
zichten

als synoniem van een ander trefwoord:

uithalen (ww) :
krabben, maaien, schoppen, slaan

woordverbanden van ‘maaien’ grafisch weergegeven

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
schepen, scheppen, trekken, maaien, plukken, oogsten, inzamelen, delachtig worden, machtig worden, meester worden, vermeesteren, overmogen, overheren, bemachtigen, winnen, nemen, veroveren, overweldigen, ten onder brengen

SCHEPEN, SCHEPPEN, TREKKEN, MAAIJEN, PLUKKEN, OOGSTEN, INZAMELEN, DEELAGTIG WORDEN, MAGTIG WORDEN, MEESTER WORDEN, VERMEESTEREN, OVERMOGEN, OVERHEEREN, BEMAGTIGEN, WINNEN, NEMEN, VEROVEREN, OVERWELDIGEN, TEN ONDER BRENGEN

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 1, bladzijde 121.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
ANW - WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - Wikipedia - Google

debug info: 0.0028 c