plukken

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

plukken (ww):
afplukken, inzamelen, lezen, oogsten
plukken (ww):
afzetten, beroven, bestelen
plukken (ww):
pulken, rukken, trekken
plukken (ww):
friemelen, peuteren
plukken (ww):
grijpen, tillen
plukken (ww):
plunderen
plukken (ww):
pluimen

als synoniem van een ander trefwoord:

lezen (ww) :
bijeengaren, bijeenrapen, oogsten, plukken, rapen, vergaderen, vergaren, verzamelen
plunderen (ww) :
beroven, plukken, uitkleden, uitschudden
uitkleden (ww) :
afstropen, beroven, plukken, plunderen

woordverbanden van ‘plukken’ grafisch weergegeven

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
schepen, scheppen, trekken, maaien, plukken, oogsten, inzamelen, delachtig worden, machtig worden, meester worden, vermeesteren, overmogen, overheren, bemachtigen, winnen, nemen, veroveren, overweldigen, ten onder brengen

SCHEPEN, SCHEPPEN, TREKKEN, MAAIJEN, PLUKKEN, OOGSTEN, INZAMELEN, DEELAGTIG WORDEN, MAGTIG WORDEN, MEESTER WORDEN, VERMEESTEREN, OVERMOGEN, OVERHEEREN, BEMAGTIGEN, WINNEN, NEMEN, VEROVEREN, OVERWELDIGEN, TEN ONDER BRENGEN

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 1, bladzijde 121.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

zie ook:
pluk

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0018 c