beiden

als woordenboektrefwoord:

beiden:
telw. twee personen.
beiden:
(beidde, gebeid), toeven; wachten.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

beiden (ww):
afwachten, talmen, treuzelen, verwachten, wachten

als synoniem van een ander trefwoord:

verwachten (ww) :
afwachten, beiden, tegemoet zien, uitzien naar, verbeiden, vlassen op, wachten op
afwachten (ww) :
aankijken, aanzien, beiden, inwachten, opwachten, verbeiden, wachten
wachten (ww) :
afwachten, antichambreren, beiden, verbeiden
allebei (zn) :
alle twee, beiden

woordverbanden van ‘beiden’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
beiden, wachten, toeven

Beiden — wachten — toeven. Met het oog op iets toekomends op eene plaats blijven. Toeven laat het hoelang onbepaald, en ziet meer op het dralen om te vertrekken; beiden, dat meer in hoogeren stijl voorkomt, en wachten drukken daarentegen uit, dat men slechts zoolang denkt te blijven totdat een persoon gekomen, of een bericht ontvangen is, of eene gebeurtenis heeft plaats gehad. Wij wachten, tot hij komt. Graaf Willem V droeg, zoolang zijne moeder nog leefde, den naam van verbeider. En toeft hij al, hij kent zijn tijd.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
beiden, dralen, toeven

BEIDEN, DRALEN, TOEVEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 255.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

zie ook:
beide

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0021 c