aankijken

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

aankijken (ww):
aanblikken, aanstaren, aanzien
aankijken (ww):
afwachten, overdenken
aankijken (ww):
verdenken
aankijken (ww):
bezien

als synoniem van een ander trefwoord:

bekijken (ww) :
aankijken, aanschouwen, aanzien, beloeren, beschouwen, bestuderen, bezichtigen, bezien, doorbladeren, doorkijken, doorlezen, een blik werpen op, gadeslaan, inschatten, inspecteren, kijken naar, observeren, onderzoeken, opnemen, overdenken, overwegen, taxeren, waarnemen, zien
aanzien (ww) :
aanblikken, aankijken, bekijken, beschouwen, bezien, toekijken, toezien
afwachten (ww) :
aankijken, aanzien, beiden, inwachten, opwachten, verbeiden, wachten
bezien (ww) :
aankijken, aanschouwen, aanzien
aanblikken (ww) :
aankijken

woordverbanden van ‘aankijken’ grafisch weergegeven

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
aanblikken, aangapen, aankijken, aanschouwen, aanstaren, aanzien, beschouwen, bezien

Aanblikken — aangapen — aankijken — aanschouwen — aanstaren — aanzien — beschouwen — bezien. Deze woorden beteekenen alle den blik op iets richten, het oog korter of langer op iets gevestigd houden. Aanblikken, kort de oogen op iets vestigen, is thans verouderd; bij aanzien wordt oplettendheid verondersteld van dengene die aanziet. Aanschouwen wordt niet in de spreektaal gebruikt, maar alleen gebezigd in verheven stijl. Niemand heeft ooit God aanschouwd. Beschouwen is iets met aandacht en opmerkzaamheid gadeslaan, evenals het meer gemeenzame bezien. Aankijken is eene versterking van aanzien, een zien naar iemand, bepaaldelijk iemand in 't gezicht zien; in de spreektaal is het in sommige streken meer gebruikelijk dan aanzien, waarmede het in beteekenis overeenkomt. Waarom kijkt gij mij zoo aan? Aanstaren wordt gebruikt voor sterk aanzien, ten gevolge van een onweerstaanbaar gevoel van verwondering of begeerte, dat verwekt is. Nu staat zij, sprakeloos, den krijgsheld aan te staren. Aangapen is verwonderd of dom, met open mond, aanstaren. De jongen stond de prachtige winkels aan te gapen.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
aanblikken, aanschouwen, beschouwen, aanstaren, aanzien, aangapen, aankijken, bezien

AANBLIKKEN, AANSCHOUWEN, BESCHOUWEN, AANSTAREN, AANZIEN, AANGAPEN, AANKIJKEN, BEZIEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 4.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

zie ook:
lief aankijken

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0018 c