bezien

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

bezien (ww):
bekijken, beschouwen, bezichtigen, gadeslaan, inspecteren, observeren, waarnemen
bezien (ww):
aankijken, aanschouwen, aanzien
bezien (ww):
overdenken, overwegen

als synoniem van een ander trefwoord:

overwegen (ww) :
afwegen, bedenken, bekijken, bepeinzen, beraden, beschouwen, bezien, bezinnen, considereren, herkauwen, in aanmerking nemen, in beraad nemen, met het idee spelen, mijmeren, nadenken, nadenken over, nagaan, overdenken, overleggen, overpeinzen, peinzen, reflecteren, wegen, wikken
bekijken (ww) :
aankijken, aanschouwen, aanzien, beloeren, beschouwen, bestuderen, bezichtigen, bezien, doorbladeren, doorkijken, doorlezen, een blik werpen op, gadeslaan, inschatten, inspecteren, kijken naar, observeren, onderzoeken, opnemen, overdenken, overwegen, taxeren, waarnemen, zien
beschouwen (ww) :
aanschouwen, aanzien, achting slaan op, bekijken, beoordelen, bespiegelen, bezichtigen, bezien, een blik werpen op, gadeslaan, in beschouwing nemen, in ogenschouw nemen, kijken naar, letten op, observeren, opnemen, overdenken, overpeinzen, overwegen, zich richten op, zien
onderzoeken (ww) :
analyseren, bekijken, beproeven, beschouwen, bestuderen, bezien, examineren, exploreren, inkijken, inspecteren, inzien, keuren, nagaan, naspeuren, nasporen, navorsen, nazien, onder de loep nemen, ontleden, ontrafelen, peilen, testen, toetsen, traceren, uitvissen, uitzoeken, verkennen
waarnemen (ww) :
appercipiƫren, bekijken, bemerken, bespeuren, bezien, constateren, gadeslaan, gewaarworden, horen, kijken naar, merken, observeren, onderscheiden, opmerken, opvangen, percipiƫren, registreren, signaleren, vernemen, zien
observeren (ww) :
bekijken, beschouwen, bespieden, bezien, gadeslaan, inspecteren, kijken naar, opnemen, signaleren, waarnemen
beoordelen (ww) :
afmeten, bevinden, bezien, inschatten, overzien, ramen, schatten, taxeren, toetsen
aanzien (ww) :
aanblikken, aankijken, bekijken, beschouwen, bezien, toekijken, toezien
zien (ww) :
beoordelen, bezien, overdenken, overwegen
aankijken (ww) :
bezien

woordverbanden van ‘bezien’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
aanblikken, aangapen, aankijken, aanschouwen, aanstaren, aanzien, beschouwen, bezien

Aanblikken — aangapen — aankijken — aanschouwen — aanstaren — aanzien — beschouwen — bezien. Deze woorden beteekenen alle den blik op iets richten, het oog korter of langer op iets gevestigd houden. Aanblikken, kort de oogen op iets vestigen, is thans verouderd; bij aanzien wordt oplettendheid verondersteld van dengene die aanziet. Aanschouwen wordt niet in de spreektaal gebruikt, maar alleen gebezigd in verheven stijl. Niemand heeft ooit God aanschouwd. Beschouwen is iets met aandacht en opmerkzaamheid gadeslaan, evenals het meer gemeenzame bezien. Aankijken is eene versterking van aanzien, een zien naar iemand, bepaaldelijk iemand in 't gezicht zien; in de spreektaal is het in sommige streken meer gebruikelijk dan aanzien, waarmede het in beteekenis overeenkomt. Waarom kijkt gij mij zoo aan? Aanstaren wordt gebruikt voor sterk aanzien, ten gevolge van een onweerstaanbaar gevoel van verwondering of begeerte, dat verwekt is. Nu staat zij, sprakeloos, den krijgsheld aan te staren. Aangapen is verwonderd of dom, met open mond, aanstaren. De jongen stond de prachtige winkels aan te gapen.

in hedendaagse spelling:
bezien, bezichtigen, bekijken, beschouwen, betrachten

Bezien — bezichtigen — bekijken — beschouwen — betrachten. Het oog aandachtig ergens op vestigen. Bekijken en bezien stonden in dezelfde verhouding tot elkaar als kijken en zien (Zie Zien); thans heeft bekijken bezien bijna geheel verdrongen. Voor zoover bezien nog wordt gebruikt veronderstelt het minder oplettendheid en aandacht dan bekijken. Fig. gebruikt beteekent bekijken over iemand of iets zijne gedachten laten gaan: Je kunt de zaak ook van een anderen kant bekijken. In dezen zin komt bezien ook voor, dat in dit geval minder gemeenzaam is dan bekijken; alleen in de uitdrukking wel bezien, als bepaling bij een naamwoord, komt het veel voor: Wel bezien heeft die mededeeling toch iets raadselachtigs. Bezichtigen is zeer aandachtig en nauwkeurig bezien. Wij kregen van den fabrikant verlof om de fabriek te bezichtigen. Betrachten, in den zin van het oog op iets vestigen en er over denken, is nu verouderd. Beschouwen is nauwlettend iets bezien, en tevens over hetgeen men ziet nadenken. Als men het op de keper beschouwt, kan men wel zien, dat het geen eerste kwaliteit is. In fig. zin beteekent beschouwen iets met het oog des geestes bezien, zijne gedachten er over laten gaan. Nu de zaak van alle kanten zoo goed is beschouwd, kunnen we gerust een besluit nemen. Het is in deze beteekenis wat deftiger dan het gemeenzame bekijken.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
aanblikken, aanschouwen, beschouwen, aanstaren, aanzien, aangapen, aankijken, bezien

AANBLIKKEN, AANSCHOUWEN, BESCHOUWEN, AANSTAREN, AANZIEN, AANGAPEN, AANKIJKEN, BEZIEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 4.

in hedendaagse spelling:
bezien, bezichtigen

BEZIEN, BEZIGTIGEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 358.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0026 c