nagaan

als woordenboektrefwoord:

nagaan:
(ging na, nagegaan), volgen; onderzoeken.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

nagaan (ww):
beproeven, checken, controleren, inspecteren, nakijken, nalopen, nasporen, natrekken, nazien, onderzoeken, surveilleren, toetsen, verifiëren
nagaan (ww):
achterhalen, becijferen, berekenen, onderzoeken, uitpluizen, uitvissen
nagaan (ww):
bedenken, indenken, verbeelden, voorstellen
nagaan (ww):
achternazitten, schaduwen, volgen
nagaan (ww):
bepalen, uitmaken, vaststellen
nagaan (ww):
testen, uitproberen, uittesten

als synoniem van een ander trefwoord:

overwegen (ww) :
afwegen, bedenken, bekijken, bepeinzen, beraden, beschouwen, bezien, bezinnen, considereren, herkauwen, in aanmerking nemen, in beraad nemen, met het idee spelen, mijmeren, nadenken, nadenken over, nagaan, overdenken, overleggen, overpeinzen, peinzen, reflecteren, wegen, wikken
onderzoeken (ww) :
analyseren, bekijken, beproeven, beschouwen, bestuderen, bezien, examineren, exploreren, inkijken, inspecteren, inzien, keuren, nagaan, naspeuren, nasporen, navorsen, nazien, onder de loep nemen, ontleden, ontrafelen, peilen, testen, toetsen, traceren, uitvissen, uitzoeken, verkennen
toetsen (ww) :
aan een test onderwerpen, beoordelen, checken, controleren, ijken, inspecteren, keuren, nagaan, nakijken, nalopen, natrekken, onderzoeken, proberen, testen, uittesten, verifiëren
bedenken (ww) :
denken aan, heroverwegen, in aanmerking nemen, in heroverweging nemen, in ogenschouw nemen, in overweging nemen, nadenken, nagaan, overdenken, overleggen, overwegen, peinzen
proberen (ww) :
beproeven, checken, controleren, keuren, nagaan, nakijken, nalopen, natrekken, nazien, onderzoeken, passen, proeven, testen, toetsen, uitproberen, uittesten, zien
bepalen (ww) :
afbakenen, begrenzen, berekenen, constateren, determineren, instellen, kwantificeren, meten, nagaan, situeren, uitmikken, uitrekenen, vaststellen
testen (ww) :
beproeven, checken, controleren, inspecteren, keuren, nagaan, nakijken, nalopen, natrekken, onderzoeken, proberen, toetsen, uitproberen, uittesten
controleren (ww) :
checken, doormeten, examineren, inspecteren, keuren, nagaan, nakijken, nalopen, natrekken, nazien, onderzoeken, toetsen, verifiëren
voorstellen (ww) :
imagineren, inbeelden, indenken, geloven, nagaan, postuleren, presumeren, toedenken, verbeelden, vermoeden, veronderstellen, wanen
nazien (ww) :
controleren, corrigeren, doorzien, inspecteren, nagaan, nakijken, onderzoeken, overkijken, reviseren, verifiëren
opzoeken (ww) :
nagaan, nakijken, naslaan, nazien, nazoeken, opscharrelen, opsnorren, opsporen, traceren, uitvissen, zoeken
inspecteren (ww) :
bezichtigen, controleren, examineren, nagaan, nazien, onderzoeken, rondkijken, schouwen, visiteren
volgen (ww) :
achternagaan, achternalopen, achternarijden, achternatrekken, komen na, nagaan, nakomen
zoeken (ww) :
nagaan, nakijken, natrekken, omzien, rondkijken, rondzien, uitvissen
checken (ww) :
collationeren, controleren, nagaan, vergelijken, verifiëren
becijferen (ww) :
berekenen, nagaan, uitrekenen, uitzoeken, voorrekenen
verifiëren (ww) :
checken, controleren, nagaan, nazien, onderzoeken
traceren (ww) :
nagaan, nasporen, opsporen, terugzoeken
achterhalen (ww) :
nagaan, nasporen, uitvissen, uitvinden
vergelijken (ww) :
matchen, nagaan, toetsen, verifiëren
natrekken (ww) :
checken, nagaan, narekenen, opsporen
overtuigen (ww) :
controleren, nagaan, vergewissen

woordverbanden van ‘nagaan’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

nagaan
voorgaan

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0028 c