achterhalen

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

achterhalen (ww):
blootleggen, ontdekken, opspeuren, opsporen, terugvinden, vinden
achterhalen (ww):
nagaan, nasporen, uitvissen, uitvinden
achterhalen (ww):
inhalen

als synoniem van een ander trefwoord:

ontdekken (ww) :
aantreffen, achterhalen, bemerken, bespeuren, blootleggen, detecteren, gewaarworden, in het oog krijgen, merken, onderscheiden, ondervinden, opduikelen, opspeuren, opsporen, opsteken, te weten komen, tot de ontdekking komen, uitpluizen, uitvinden, vinden
vinden (ww) :
achterhalen, blootleggen, detecteren, opdiepen, opduikelen, opduiken, opsporen, tot de ontdekking komen, uitknobbelen, uitvinden, uitvissen
detecteren (ww) :
achterhalen, bespeuren, blootleggen, ontdekken, opspeuren, opsporen, opvangen, tegenkomen, tot de ontdekking komen, vinden, waarnemen
inhalen (ww) :
achterhalen, inlopen op, inwinnen, opslorpen, terugwinnen, voorbijstreven
nagaan (ww) :
achterhalen, becijferen, berekenen, onderzoeken, uitpluizen, uitvissen

woordverbanden van ‘achterhalen’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908):

achterhalen, inhalen

Iemand die zich op weg, inzonderheid op de vlucht, bevindt, van achteren bereiken. Inhalen geeft dit te kennen zonder meer, het kan zoowel met eene goede als met eene slechte bedoeling geschieden; achterhalen veronderstelt eene bedoeling, die met het voornemen van den achterhaalde in strijd is. Een ruiter, die hem nagezonden werd, kon den bode nog bijtijds inhalen. Al is de leugen nog zoo snel, de waarheid achterhaalt ze wel.

in Keur van Nederlandsche Synoniemen (1922):

achterhalen, inhalen

Iets bereiken, wat vooruit gekomen is.

Achterhalen is: door grootere snelheid, dan het vooruitgekomene heeft, dit bereiken, meestal met vijandige bedoeling (letterlijk: iemand van achteren inhalen, om hem te grijpen of vast te houden) : Een dief achterhalen. Inhalen is: door langer loopen, rijden of werken, of wegens de langzaamheid of 't oponthoud van 't vooruitgekomene, dit bereiken: een wandelaar inhalen. Een medeleerling in de klas inhalen.

in Nederduitsche synonymen (1836), band 1, blz. 386:

woorden met een verwante vorm:

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband en voorbeeldzinnen:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0035 c