verklaren

als woordenboektrefwoord:

verklaren:
(verklaard), uitleggen.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

verklaren (ww) :
beweren, stellen, verzekeren, uiteenzetten, zeggen, uitspreken, getuigen, declareren, openbaren, aangeven, deponeren, betuigen, ontvouwen, bekendmaken, pretenderen, expliciteren, veropenbaren, uiteendoen, exponeren, attesteren
verklaren (ww) :
toelichten, duiden, uitleggen, duidelijk maken, motiveren, interpreteren, verhelderen, verduidelijken, beredeneren, expliceren, preciseren, expliqueren, verdietsen
verklaren (ww) :
oplossen, opklaren, ophelderen, bezweren, ontraadselen, solveren

als synoniem van een ander trefwoord:

oplossen (ww) :
ontcijferen, uitzoeken, verklaren, ophelderen, ontrafelen, uitvogelen, ontsluieren, uitdokteren, uitvissen, ontwarren, napluizen, uitkienen, uitdenken, ontraadselen, uitvlooien, navlooien, uitknobbelen, uitvorsen, uitpuzzelen, uitplussen, solveren
openbaren (ww) :
blootleggen, afspiegelen, verkondigen, verklaren, tonen, manifesteren, ontsluiten, verraden, mededelen, onthullen, uiten, uitbrengen, ontsluieren, bekendmaken, meedelen, reveleren, aan het licht brengen, veropenbaren, ruchtbaar maken
uitleggen (ww) :
toelichten, duiden, begrijpen, verklaren, uiteenzetten, opvatten, interpreteren, verhelderen, verduidelijken, expliceren, expliciteren, preciseren, annoteren, commentariëren, uiteendoen, expliqueren, verdietsen
toelichten (ww) :
illustreren, duiden, uitleggen, verklaren, uiteenzetten, motiveren, belichten, staven, van commentaar voorzien, beredeneren, expliceren, uiteendoen, expliqueren, becommentariëren, adstrueren
uiteenzetten (ww) :
vertellen, toelichten, uitleggen, verklaren, verhelderen, verduidelijken, exposeren, ontvouwen, expliceren, expliciteren, uitspinnen, uiteendoen, expliqueren, verdietsen
zeggen (ww) :
opzeggen, vertellen, beweren, aankondigen, uitdrukken, inbrengen, verkondigen, opmerken, verklaren, verwoorden, uitspreken, spreken, uiten, uitbrengen, vermelden, meedelen
betuigen (ww) :
beweren, verzekeren, plechtig verzekeren, te kennen geven, protesteren, verklaren, plechtig verklaren, uitspreken, getuigen, declareren, een getuigschrift geven
aangeven (ww) :
schetsen, aanwijzen, te kennen geven, laten zien, wijzen, verklaren, rapporteren, tonen, markeren, aanduiden, beduiden, indiceren, gewag maken van, gewagen
beweren (ww) :
staande houden, betogen, stellen, verklaren, zeggen, volhouden, getuigen, claimen, betuigen, suggereren, pretenderen, voorgeven, voorwenden
spreken (ww) :
vertellen, uitdrukken, verkondigen, opmerken, verklaren, zeggen, verdedigen, uitspreken, uiten, uitbrengen, vermelden, opperen, reppen
duiden (ww) :
toelichten, uitleggen, verklaren, uiteenzetten, interpreteren, verhelderen, uiteendoen, expliqueren, verdietsen
verduidelijken (ww) :
toelichten, illustreren, uitleggen, verklaren, ophelderen, verhelderen, expliciteren, veraanschouwelijken
duidelijk maken (ww) :
uitleggen, verklaren, ophelderen, verhelderen, verduidelijken, aan het verstand brengen
ophelderen (ww) :
toelichten, verklaren, duidelijk maken, verhelderen, verduidelijken, expliqueren
stellen (ww) :
beweren, betogen, verklaren, zeggen, volhouden, voorleggen, poneren, postuleren
verhelderen (ww) :
toelichten, uitleggen, verklaren, voorlichten, ophelderen, verduidelijken
getuigen (ww) :
beweren, verklaren, bevestigen, deponeren, attesteren
beredeneren (ww) :
toelichten, verklaren, rationaliseren, argumenteren
opklaren (ww) :
verklaren, ophelderen, verhelderen, verduidelijken
verzekeren (ww) :
verklaren, getuigen, zweren, bevestigen, betuigen
motiveren (ww) :
toelichten, verklaren, staven, beredeneren
interpreteren (ww) :
duiden, uitleggen, verklaren, opvatten
bezweren (ww) :
verzekeren, verklaren, garanderen
deponeren (ww) :
verklaren, getuigen

woordverbanden van ‘verklaren’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908):

Duidelijk maken, doen begrijpen. Bij beduiden ligt de moeielijkheid bij den persoon, die begrijpen moet; bij verklaren, d. i. helder maken, in de zaak, die uiteengezet moet worden. Ophelderen wordt veel gezegd met betrekking tot eene zaak, die zich zoodanig toegedragen hoeft, dat men zich het verloop niet goed kan voorstellen. Toelichten doet men iets, dat nog in een of meer opzichten onduidelijk of onverklaarbaar is. Ik wist hem wel te beduiden, dat hij zwijgen moest. Ik beduidde hem door met het hoofd te knikken, dat hij „ja" moest zeggen. De onderwijzer verklaarde de moeilijkheden uit het gedichtje. Hij verklaarde de werking der luchtpomp. Spoedig zal die raadselachtige zaak worden opgehelderd. De afgevaardigde lichtte zijn voorstel nader toe. Zie ook bij uitleggen.

Iets volkomen verstaanbaar maken. Uiteenzetten en uitleggen drukken beide dit uit zonder meer; omschrijven is met de voorgaande slechts in zooverre synoniem dat het ditzelfde beoogt; het begrip is echter in zooverre beperkt, dat omschrijven verstaanbaar maken is dooide zaak in andere bewoordingen breeder of vollediger uit te drukken. Verklaren is niets anders, dan eene duistere zaak helder of duidelijk maken, zoodat men ze gemakkelijk doorzien en begrijpen kan. Verduidelijken is datgene, wat nog niet duidelijk genoeg is, in duidelijker bewoordingen verklaren. Uitleggen beteekent, door de deelen eener ingewikkelde zaak bloot te leggen, maken dat men de zaak gemakkelijk overzien en begrijpen kan.

in Keur van Nederlandsche Synoniemen (1922):

De beteekenis van iets, dat onduidelijk is, volkomen duidelijk maken.

Uitleggen is: de beteekenis in woorden aangeven: droomen uitleggen; een tekst uitleggen (als 't ware de deelen uiteenleggen en ze goed bekijken); verklaren is: wat niet helder of klaar is en dus moeilijk begrepen kan worden, duidelijk maken: Het ontstaan van dag en nacht verklaren. Den oorlog verklaren (= de redenen duidelijk maken). Verduidelijken zegt meer, dat iets al wel duidelijk is, maar dat men het toch nog duidelijker wil maken: Een voordracht door lichtbeelden, een beschrijving door afbeeldingen verduidelijken.

Uiteenzetten is: de deelen van een ingewikkelde zaak, te groot om voor 't eerst in ééns te worden overzien, uit elkaar zetten en den ouderlingen samenhang verklaren, zoodat men een juist begrip van het geheel verkrijgt; letterlijk : een stoommachine uiteenzetten; fig. ziet het meer op een betoogen; de beteekenis van een historisch feit uiteenzetten (= de oorzaken aangeven, andere er mee in verband staande feiten noemen, de gevolgen opsommen, enz.).

in Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, blz. 31:

in Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 3, blz. 11:

in Nederduitsche synonymen (1836), band 1, blz. 264:

woorden met een verwante vorm:

werkwoord
bijvoeglijk naamwoord
zelfstandig naamwoord

zie ook:

bij andere sites:

synoniemen-sites:
algemene woordenboeken:
oorsprong:
woordcombinaties:
zinsverband en voorbeeldzinnen:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0049 c