bevestigen

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

bevestigen (ww):
affirmeren, beamen, bekrachtigen, bewaarheiden, certificeren, confirmeren, instemmen, instemmen met, onderschrijven, sterken, steunen, versterken, verzekeren
bevestigen (ww):
aanbrengen, monteren, vastbinden, vasthechten, vastknopen, vastmaken, vastzetten
bevestigen (ww):
aanhangen, aanhechten, aankoppelen, hechten, vastbakken, verbinden

als synoniem van een ander trefwoord:

aanbrengen (ww) :
aanleggen, aanzetten, bevestigen, fixeren, inrichten, installeren, maken, monteren, ophangen, opstellen, plaatsen, vasthechten, vastmaken, vastzetten, zetten
bewaarheiden (ww) :
affirmeren, bekrachtigen, bevestigen, certificeren, confirmeren, instemmen met, onderschrijven, staven, sterken, steunen, versterken, verzekeren
bekrachtigen (ww) :
beamen, bevestigen, goedkeuren, onderschrijven, ondertekenen, ratificeren, signeren, staven, tekenen, valideren, waarmaken, waarmerken, wettigen
vastzetten (ww) :
bevestigen, binden, fixeren, immobiliseren, klemmen, vastklemmen, vastmaken, verankeren, vergrendelen, verstevigen
vastmaken (ww) :
bevestigen, binden, fixeren, vastbinden, vasthechten, vastleggen, vastzetten, verbinden, vestigen
binden (ww) :
bevestigen, hechten, knevelen, knopen, strikken, vastbinden, vasthouden, vastknopen, vastzetten
versterken (ww) :
bekrachtigen, bevestigen, schragen, staven, sterken, voeden
beamen (ww) :
bekrachtigen, bevestigen, goedkeuren, instemmen, toegeven
getuigen (ww) :
attesteren, bevestigen, beweren, deponeren, verklaren
verzekeren (ww) :
betuigen, bevestigen, getuigen, verklaren, zweren
monteren (ww) :
aanbrengen, bevestigen, ineenzetten, vastzetten
sanctioneren (ww) :
bekrachtigen, bevestigen, goedkeuren, wettigen
inzetten (ww) :
aanbrengen, bevestigen, invoegen, tussenvoegen
wettigen (ww) :
bekrachtigen, bevestigen, sanctioneren
onderschrijven (ww) :
bekrachtigen, bevestigen, onderstrepen
schroeven (ww) :
bevestigen, vastschroeven, vastzetten
aanbinden (ww) :
aanhechten, bevestigen, vastmaken
staven (ww) :
bekrachtigen, bevestigen
slaan (ww) :
bevestigen, vastzetten
waarmaken (ww) :
bevestigen, vervullen

woordverbanden van ‘bevestigen’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
bekrachtigen, bevestigen, bezegelen, staven, verzekeren

Bekrachtigen — bevestigen — bezegelen — staven — verzekeren. Aan een verhaal, eene verklaring, enz. meer geloofwaardigheid bijzetten. Iemand staaft iets, door het aanvoeren van bewijzen, verzekert iets door het afleggen eener gelijkluidende verklaring, bekrachtigt en bezegelt iets, door er op eenigszins plechtige wijze zijn zegel of zijne goedkeuring aan te hechten. Bezegelen wordt vooral gezegd van eene bekrachtiging door daden. Zijne leer met zijn leven bezegelen. Bekrachtigen in rechterlijken zin, is het bevestigen van eene vernietigbare rechtshandeling, waardoor de bevoegdheid verloren wordt om die handeling door den rechter te doen nietig verklaren. B.v. een minderjarige heeft zijn huis verkocht: hij kan, zich beroepende op zijne minderjarigheid, dat koopcontract door den rechter doen vernietigen. Bekrachtigt hij nu na zijne meerderjarigheid dat koopcontract, dan verliest hij de bevoegdheid om de nietigverklaring van dat contract bij den rechter aan te vragen.

in hedendaagse spelling:
bevestigen, vastmaken, vasthechten

Bevestigen — vastmaken — vasthechten. Maken dat iets vastzit. Vasthechten onderstelt eene nauwere verbinding dan vastmaken. Wat vastgehecht is kan slechts losgerukt of losgesneden, wat vastgemaakt is kan weder losgemaakt worden. De knoop wordt vastgehecht aan de jas. De sabelkoppel wordt om het lijf vastgemaakt. Bevestigen kan hetzelfde uitdrukken als vasthechten en ziet, tegenover vastmaken, meer op eene duurzame verbinding.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
bekrachtigen, bevestigen, verzekeren, staven

BEKRACHTIGEN, BEVESTIGEN, VERZEKEREN, STAVEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 269.

in hedendaagse spelling:
bevestigen, vastmaken

BEVESTIGEN, VASTMAKEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 338.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

bevestigen
loochenen, losmaken, ontkennen, tegenspreken

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0032 c