vastmaken

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

vastmaken (ww):
bevestigen, binden, fixeren, vastbinden, vasthechten, vastleggen, vastzetten, verbinden, vestigen
vastmaken (ww):
aanzetten

als synoniem van een ander trefwoord:

verbinden (ww) :
aaneenschakelen, aaneensluiten, aaneenvoegen, aanhechten, aansluiten, associƫren, binden, breien, bundelen, combineren, conjugeren, engageren, hechten, koppelen, lassen, liƫren, paren, samenbinden, samenbundelen, samenvatten, samenvoegen, schakelen, vasthechten, vastmaken, vastzetten, verenen, verenigen, voegen
boeien (ww) :
aan banden leggen, aan ketting leggen, bedwingen, de handen binden, in de boeien slaan, ketenen, knevelen, paternosteren, vastbinden, vastketenen, vastmaken
aanbrengen (ww) :
aanleggen, aanzetten, bevestigen, fixeren, inrichten, installeren, maken, monteren, ophangen, opstellen, plaatsen, vasthechten, vastmaken, vastzetten, zetten
vastzetten (ww) :
bevestigen, binden, fixeren, immobiliseren, klemmen, vastklemmen, vastmaken, verankeren, vergrendelen, verstevigen
bevestigen (ww) :
aanbrengen, monteren, vastbinden, vasthechten, vastknopen, vastmaken, vastzetten
hechten (ww) :
binden, dichtnaaien, klemmen, naaien, rijgen, toekennen, vastmaken, verbinden
aanbinden (ww) :
aanhechten, bevestigen, vastmaken
sjorren (ww) :
vastbinden, vastknopen, vastmaken
aanleggen (ww) :
aandoen, omleggen, vastmaken
kleven (ww) :
lijmen, plakken, vastmaken
aanzetten (ww) :
vastmaken, vastnaaien
fixeren (ww) :
vastmaken, vastzetten
pennen (ww) :
vastmaken, vastpinnen
vastleggen (ww) :
vastbinden, vastmaken

woordverbanden van ‘vastmaken’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908):

Maken dat iets vastzit. Vasthechten onderstelt eene nauwere verbinding dan vastmaken. Wat vastgehecht is kan slechts losgerukt of losgesneden, wat vastgemaakt is kan weder losgemaakt worden. De knoop wordt vastgehecht aan de jas. De sabelkoppel wordt om het lijf vastgemaakt. Bevestigen kan hetzelfde uitdrukken als vasthechten en ziet, tegenover vastmaken, meer op eene duurzame verbinding.

in Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, blz. 338:

bevestigen, vastmaken

in Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 3, blz. 215:

vastmaken, vast maken

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

vastmaken
losmaken

woorden met een verwante vorm:

bij andere sites:

synoniemen-sites:
algemene woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband en voorbeeldzinnen:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0047 c