Synoniemen.net gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën ("cookies"), onder andere om je een optimale gebruikerservaring te bieden. Dat houdt in dat synoniemen.net het gedrag van bezoekers vastlegt, analyseert en deelt en zo de website beter afstemt op de interesses van de bezoeker. Cookies van Improve Digital en AppNexus kunnen worden gebruikt om advertenties te tonen, gedragsgegevens te delen en artikelen aan te bevelen op synoniemen.net die aansluiten op je interesses.

Lees meer over ons privacy-beleid.

cookies accepteren

cookies niet accepteren


aandoen

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

aandoen (ww):
aangrijpen, beroeren, emotioneren, ontroeren, raken, roeren, toucheren, treffen, vertederen
aandoen (ww):
aanschieten, aantrekken, omdoen, omhangen, omslaan, omwikkelen
aandoen (ww):
aanrichten, berokkenen, bezorgen, toebrengen, veroorzaken
aandoen (ww):
aandraaien, aansteken, aanzetten, inschakelen, starten
aandoen (ww):
aanleggen, bezoeken
aandoen (ww):
lijken, voorkomen

als synoniem van een ander trefwoord:

veroorzaken (ww) :
aanbrengen, aandoen, aanrichten, aanstichten, baren, berokkenen, bezorgen, brengen, doen, geven, kweken, leiden tot, maken, met zich meebrengen, ontketenen, opleveren, opwekken, scheppen, stichten, ten gevolge hebben, teweegbrengen, toebrengen, tot gevolg hebben, uitlokken, verschaffen, verwekken, voortbrengen, wekken, zaaien
starten (ww) :
aan de praat krijgen, aandoen, aandraaien, aanzetten, inschakelen, op gang brengen, opstarten
lijken (ww) :
aandoen, aanvoelen, eruitzien, klinken, ogen, ruiken, toelijken, voelen, voorkomen
ontroeren (ww) :
aandoen, bewegen, emotioneren, pakken, roeren, schokken, treffen, vertederen
raken (ww) :
aandoen, aangrijpen, frapperen, meeslepen, ontroeren, roeren, toucheren
aansteken (ww) :
aandoen, aanmaken, afstrijken, in brand steken, ontsteken, opsteken
bewegen (ww) :
aandoen, aangrijpen, beroeren, ontroeren, raken, roeren, treffen
treffen (ww) :
aandoen, aangrijpen, frapperen, ontroeren, roeren, toucheren
bezorgen (ww) :
aandoen, berokkenen, opleveren, teweegbrengen, veroorzaken
berokkenen (ww) :
aandoen, bezorgen, teweegbrengen, toebrengen, veroorzaken
aantrekken (ww) :
aandoen, aanschieten, omdoen, opzetten, omslaan, omhangen
roeren (ww) :
aandoen, ontroeren, raken, toucheren, treffen, vermurwen
aanzetten (ww) :
aandoen, aandraaien, inschakelen, opendraaien, starten
doen (ww) :
aandoen, afleggen, bereizen, bezichtigen
klinken (ww) :
aandoen, lijken, toeschijnen, voorkomen
voordoen (ww) :
aandoen, aantrekken, omdoen, voorbinden
toebrengen (ww) :
aanbrengen, aandoen, veroorzaken
aanleggen (ww) :
aandoen, omleggen, vastmaken
aflopen (ww) :
aandoen, afreizen, bereizen
leveren (ww) :
aandoen, flikken, lappen
opzetten (ww) :
aandoen, aantrekken
aanschieten (ww) :
aandoen, aantrekken
vertederen (ww) :
aandoen, ontroeren

woordverbanden van ‘aandoen’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
aandoen, aanschieten, aantrekken, omdoen, omslaan, omwerpen, opzetten, voordoen

Aandoen — aanschieten — aantrekken — omdoen — omslaan — omwerpen — opzetten — voordoen. Al deze woorden beteekenen een deel des lichaams van een kleedingstuk of iets dergelijks voorzien. Opzetten zegt dat op het hoofd; voordoen dat aan de voorzijde een kleedingstuk wordt aangebracht; aantrekken, aanschieten, omslaan en omwerpen zien op de wijze (bedaarder, vlugger, haastig of ter loops en achteloos), waarop de kleedingstukken aangedaan worden, hetgeen gedeeltelijk van hun vorm afhangt. Aanschieten en omwerpen geven te kennen dat het aandoen vlug en met haast geschiedt; aantrekken dat het kleedingstuk over lichaamsdeelen heen wordt getrokken; eenigermate is deze gedachte ook aan aanschieten eigen. Spreekt men in het algemeen, dan omvat aandoen alles wat de laatste vier woorden beteekenen. Ter onderscheiding van aandoen bezigt men omdoen, als men sieraden of kleedingstukken bedoelt, die het geheele lichaam of wel hals of romp geheel omgeven: een das of doek omdoen. Langzamerhand zijn aandoen en omdoen, in verband met sommige kleedingstukken gebruikt, geheel gelijk van beteekenis geworden. Men kan zoowel een boordje omdoen als een boordje aandoen, een reddingsgordel aandoen als omdoen. Terwijl aantrekken gebezigd wordt van kleedingstukken, die eenigermate sluitend zijn, worden omslaan en omwerpen alleen gebruikt van kleedingstukken en sieraden, die niet gesloten worden, maar het lichaam min of meer omgeven of omringen; een mantel, een doek enz. omwerpen of omslaan. Het onderscheid tusschen deze laatste en omdoen is voornamelijk gelegen in de meerdere zorgvuldigheid, waarmede deze laatste handeling gepaard gaat, terwijl aandoen gebruikt wordt van die sieraden, die niet een deel van het lichaam omringen, b.v. een doek goed omdoen, een collier omdoen, doch oorbellen enz. aandoen.

in hedendaagse spelling:
aandoen, roeren, schokken, treffen

Aandoen — roeren — schokken — treffen. Aandoen is het teweegbrengen van een gevoel van droefheid, van medelijden, soms ook van vreugde. Treffen is sterker dan aandoen; ook bij verwondering kan men getroffen, dat is meer dan enkel aangedaan worden. Een nog dieper indruk wordt te kennen gegeven door roeren, dat een aandoen, een treffen aanduidt, gepaard met eene innige gemoedsbeweging. Door schokken wordt hetzelfde uitgedrukt, doch tevens gewezen op het plotselinge en onverwachte van den teweeggebrachten indruk. De predikant sprak een hartelijk woord, dat vele zijner hoorders aandeed. Het verhaal van den dood des veldheers heeft de gemoederen getroffen, geroerd, ja geschokt.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in Keur van Nederlandsche Synoniemen (1922)*:

in hedendaagse spelling:
aandoen, treffen, roeren, schokken

153. Aandoen — treffen — roeren — schokken.

Meer of minder sterk op het gemoed, inwerken.

Aandoen wijst op het teweegbrengen van een gevoel van droefheid of van medelijden; soms ook van vreugde.

Bij het afscheid was hij zeer aangedaan. Deze hulde deed den jubilaris zoo aan, dat hij niets kon zeggen.

Treffen is sterker, daar liet als een schot dieper in ons gemoed doordringt. Het was treffend te zien, hoezeer de gelukkige moeder den redder van haar kind met dankbetuigingen overlaadde.

Roeren is een aandoen, dat in ons binnenste de teederste snaren aanroert; het is dus inniger dan aandoen. De omstanders waren getroffen, toen zij zagen, hoe roerend de moeder den redder van kind dankte.

Schokken duidt aan, dat men plotseling als door een schok getroffen of geroerd wordt; het heeft dus altijd eenigszins de bijgedachte van schrik. De plotselinge dood van haar vader heeft haar diep geschokt.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
aandoen, aanranden, aanvallen, aangrijpen, aanpakken, aantasten, bestoken

AANDOEN, AANRANDEN, AANVALLEN, AANGRIJPEN, AANPAKKEN, AANTASTEN, BESTOKEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 11.

in hedendaagse spelling:
aandoen, omdoen, aantrekken

AANDOEN, OMDOEN, AANTREKKEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 10.

in hedendaagse spelling:
aandoen, ontroeren, ontzetten, treffen, raken

AANDOEN, ONTROEREN, ONTZETTEN, TREFFEN, RAKEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 12.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

aandoen
afdoen, uitdoen, uittrekken
zie ook:
aandoen ontsteken opsteken, schande aandoen

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
ANW - WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - Wikipedia - Google

debug info: 0.0045 c