bewegen

als woordenboektrefwoord:

bewegen:
(bewoog, bewogen), in beweging brengen of zijn; medelijden opwekken ; aansporen.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

bewegen (ww):
aandrijven, gaan, moveren, roeren, tijgen, trillen, verplaatsen, verroeren, verschuiven, verwikken, voortbewegen, zich roeren
bewegen (ww):
aandoen, aangrijpen, beroeren, ontroeren, raken, roeren, treffen
bewegen (ww):
aanzetten, nopen, overhalen, overreden, bepraten, bewerken

als synoniem van een ander trefwoord:

aanzetten (ww) :
aandrijven, aanhitsen, aanjagen, aanmanen, aanmoedigen, aanporren, aansporen, aanstoken, aanvuren, aanwakkeren, bemoedigen, bewegen, drijven, ingeven, inspireren, instigeren, jachten, manen, nopen, ophitsen, opporren, oproepen, opruien, opstoken, opwekken, opzwepen, pramen, prikkelen, pushen, stimuleren, uitnodigen, verhaasten
verplaatsen (ww) :
bewegen, omzetten, overbrengen, overdragen, overleveren, overplaatsen, overzetten, transfereren, transporteren, verhangen, verleggen, verschikken, verschuiven, vervoeren, verzetten
gaan (ww) :
bewegen, doorreizen, fietsen, handelen, inslaan, kenteren, keren, koersen, komen, lopen, reizen, rijden, tiegen, tijgen, trekken, varen, zich begeven, zich bewegen, zich voortbewegen
aandrijven (ww) :
aanhitsen, aanmoedigen, aansporen, aanvuren, aanzetten, bewegen, drijven, hitsen, ingeven, motiveren, ophitsen, opporren, opzetten, zwepen
overhalen (ww) :
bepraten, bewegen, bewerken, lijmen, omhalen, omkopen, ompraten, overreden, overtuigen, persuaderen, verlokken, voor zich winnen
inspireren (ww) :
aanmoedigen, aanzetten, bewegen, brengen, drijven, elektriseren, instigeren, oproepen, stimuleren, toejuichen
ontroeren (ww) :
aandoen, bewegen, emotioneren, pakken, roeren, schokken, treffen, vertederen
aanstuwen (ww) :
aandrijven, bewegen, voortbewegen, voortdrijven, voortstuwen
brengen (ww) :
aanrichten, bewegen, opleveren, teweegbrengen, veroorzaken
nopen (ww) :
aansporen, aanzetten, bewegen, overhalen, overreden
werken (ww) :
bewegen, krimpen, scheuren, uitzetten, verzakken
moveren (ww) :
bewegen
roeren (ww) :
bewegen

woordverbanden van ‘bewegen’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
bewegen, aansporen, aanzetten, nopen, over halen, overreden

Bewegen — aansporen — aanzetten — nopen — over halen — overreden. Tot een besluit of eene handeling brengen. Bij bewegen kan de tegenstand, dien wij te overwinnen hebben, gering zijn, bij aansporen en nopen (aanprikkelen) is hij dat nooit; evenmin bij aan zetten , dat meestal gebruikt wordt van eene aansporing ten kwade. Overhalen heeft in zekeren zin de sterkste beteekenis, want het onderstelt, dat men niet alleen iemand tot eene wilsbepaling moet brengen; maar dat er reeds eene wilsbepaling in tegenovergestelden geest heeft plaats gegrepen, waarop men hem moet bewegen om terug te komen. Bewegen, aansporen en overhalen geschieden meer door verstandelijke, nopen meer door zedelijke; drangredenen. Overreden is door wegsleepende redeneering, door welbespraaktheid, iemand overhalen iets te doen of na te laten. Door verleidelijke aanbiedingen werd Rennenberg bewogen (overgehaald) de zijde van Oranje te verlaten. Iemand aansporen tot deugd. Wat mij vooral noopte zijn verzoek in te willigen, was de herinnering aan den belangrijken dienst, dien hij mij in vroeger jaren bewezen had. De welsprekende abt wist vele edellieden te overreden aan den kruistocht deel te nemen. Zie onder Aandrijven.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
bewegen, nopen, overhalen, gaande maken

BEWEGEN, NOPEN, OVERHALEN, GAANDE MAKEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 348.

in hedendaagse spelling:
overtuigen, overreden, overhalen, bewegen, opwerken, aansporen, porren, prikkelen, drijven, opleiden, vervoeren, wegslepen, meeslepen, meelokken

OVERTUIGEN, OVERREDEN, OVERHALEN, BEWEGEN, OPWERKEN, AANSPOREN, PORREN, PRIKKELEN, DRIJVEN, OPLEIDEN, VERVOEREN, WEGSLEPEN, MEDESLEPEN, MEDELOKKEN

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 2, bladzijde 400.

in hedendaagse spelling:
verroeren, roeren, bewegen

VERROEREN, ROEREN, BEWEGEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 3, bladzijde 249.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

bewegen
koud laten, stilstaan
zie ook:
bewegen tot, heen en weer bewegen, zich bewegen

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0032 c