inslaan

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

inslaan (ww):
indrijven, inhameren, inheien, instampen
inslaan (ww):
breken, indrukken, instoten, stukslaan
inslaan (ww):
inkopen, kopen, opdoen, stockeren
inslaan (ww):
indruk maken, succes hebben
inslaan (ww):
inkorten

als synoniem van een ander trefwoord:

gaan (ww) :
bewegen, doorreizen, fietsen, handelen, inslaan, kenteren, keren, koersen, komen, lopen, reizen, rijden, tiegen, tijgen, trekken, varen, zich begeven, zich bewegen, zich voortbewegen
kopen (ww) :
aankopen, aanschaffen, afnemen, bemachtigen, betrekken, eigenaar worden, inkopen, inslaan, overnemen, verkrijgen, verwerven, zich verwerven
opdoen (ww) :
inkopen, inslaan, kopen, opleggen, opslaan
opslaan (ww) :
bewaren, hamsteren, inslaan, opbergen
aankomen (ww) :
inslaan, neerkomen, raken, treffen
breken (ww) :
ingooien, inslaan
inspelen (ww) :
inslaan, opwarmen
pakken (ww) :
aanslaan, inslaan
bunkeren (ww) :
innemen, inslaan

woordverbanden van ‘inslaan’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908):

inslaan, opdoen

Zich van een voorraad levensmiddelen en andere huiselijke benoodigdheden voorzien. Tusschen beide woorden is geen bepaald verschil in beteekenis. Opdoen is een woord dat meer in de huishouding hiervoor gebruikt wordt; verder is zoowel inslaan als opdoen in gebruik. Inslaan wordt over het algemeen van grootere hoeveelheden koopwaren gezegd, zoowel met betrekking tot dranken als tot sommige andere waren, waarin handel wordt gedreven. Bier en wijn inslaan, suiker inslaan. Boter, kolen opdoen. Winterprovisie opdoen.

in Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 282:

inslaan, inzwelgen

in Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 282:

inslaan, opdoen

woorden met een verwante vorm:

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband en voorbeeldzinnen:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0025 c