keren

als woordenboektrefwoord:

keren:
(gekeerd), wenden, draaien.
keren:
(gekeerd), vegen.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

keren (ww):
afwenden, beletten, tegenhouden, voorkomen, weren
keren (ww):
draaien, omdraaien, omkeren, wenden, zwenken
keren (ww):
kenteren, omslaan, veranderen
keren (ww):
terugkeren, terugkomen
keren (ww):
schoonvegen, vegen
keren (ww):
harden, uithouden
keren (ww):
zuur worden
keren (ww):
omzetten
keren (ww):
wisselen

als synoniem van een ander trefwoord:

gaan (ww) :
bewegen, doorreizen, fietsen, handelen, inslaan, kenteren, keren, koersen, komen, lopen, reizen, rijden, tiegen, tijgen, trekken, varen, zich begeven, zich bewegen, zich voortbewegen
veranderen (ww) :
afwisselen, anders worden, changeren, fluctueren, kenteren, keren, muteren, omslaan, overgaan, transformeren, variëren, verkeren, wijzigen, wisselen
voorkomen (ww) :
afwenden, afweren, beletten, couperen, keren, letten, ondervangen, preveniëren, tegenhouden, verhinderen, verhoeden, verletten, vermijden
afwenden (ww) :
afhouden, afslaan, afweren, afwimpelen, bezweren, keren, pareren, tegenhouden, verhinderen, verhoeden, verijdelen, voorkomen
draaien (ww) :
kenteren, keren, krimpen, manoeuvreren, omkeren, ruimen, wenden, wentelen, zwenken, omdraaien, omwenden, ronddraaien
terugkeren (ww) :
keren, retourneren, teruggaan, terugkomen, wederkeren, wederkomen, weerkeren, weerkomen, weeromkomen
omzetten (ww) :
draaien, keren, omdraaien, omkeren, omschakelen, omwisselen, permuteren, verplaatsen, verwisselen
tegenhouden (ww) :
afwenden, afweren, indammen, keren, staande houden, stoppen, stuiten, weerhouden, weren
vegen (ww) :
afborstelen, afvegen, keren, schoonvegen, stoffen, wissen
weren (ww) :
keren, tegengaan, tegenhouden, uitsluiten, weghouden
harden (ww) :
dulden, keren, uithouden, verduren, volhouden
opkomen (ww) :
kanten, keren, opnemen, verdedigen, weren
omkeren (ww) :
draaien, kantelen, keren, omdraaien
pareren (ww) :
afslaan, afwenden, afweren, keren
zwenken (ww) :
afslaan, draaien, keren, wenden

woordverbanden van ‘keren’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
draaien, drillen, keren, wenden, wentelen

Draaien — drillen — keeren — wenden — wentelen. Keeren en wenden duiden eene beweging aan, waardoor iets in een anderen stand wordt gebracht. Keeren drukt meer uit, dat iets of iemand een tegenovergestelden stand aanneemt, of in een tegenovergestelden stand gebracht wordt. In zooverre kan men dan ook zeggen: hoe ik de zaak ook wend of keer. Wend het roer naar stuurboord! Zich naar het vuur keeren. Wentelen geeft eene herhaalde wending, en daarenboven eene door dat herhaalde wenden veroorzaakte beweging te kennen, zoodat het dus ongeveer in dezelfde beteekenis als draaien gebezigd wordt, Zie eens, hoe dat paard zich wentelt! De wielen van het rijtuig wentelen zoo snel om hunne assen, dat de spaken geheel onzichtbaar worden. Draaien heeft het bijdenkbeeld, dat de verandering van stand van een lichaam het gevolg is van zijne beweging om een vast punt. De aarde draait om hare as en wentelt zich om de zon. Snel om eene as of om een punt doen draaien noemt men in sommige gevallen drillen; men spreekt b.v. van een gat drillen met eene boor, het drillen van een machinerad, en in overdachtelijken zin van het drillen van recruten.

in hedendaagse spelling:
keren, omkeren

Keeren — omkeeren. Omkeeren is een voorwerp in het algemeen zoo wenden, dat het om komt te staan of te liggen, dat het andersom wordt geplaatst, zoodat òf vóór tot achter, òf boven tot onder, òf links tot rechts, óf buiten tot binnen wordt, en omgekeerd, Keeren is meer bepaald van een kleedingstuk het binnenste buiten brengen. Een glas omkeeren zegt men, wanneer men het met de opening naar beneden houdt. Eene jas keeren is haar zoo vernaaien, dat de binnenzijde der stof buiten komt.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in Keur van Nederlandsche Synoniemen (1922)*:

in hedendaagse spelling:
draaien, keren, wenden, wentelen

178. Draaien — keeren — wenden — wentelen.

Een beweging maken, die van de rechte lijn afwijkt. Bij een cirkelvormige beweging — om een vast punt dus — spreekt men van draaien: het wiel draait.

Om aan te duiden, dat het voorwerp door de beweging een tegengestelden stand krijgt, gebruikt men keeren: het schip keert (waar dus de voorsteven was, komt nu het roer).

Is de verandering van stand niet zoo groot, dan spreekt men van wenden (oorspronkelijk: zijwaarts doen gaan ; vergelijk wand — zijde): het schip wendt het roer.

Een herhaald wenden wordt letterlijk door wentelen aangeduid (frequentief); het komt dus veel met draaien overeen, maar heeft de bijgedachte, dat het voorwerp niet alleen voortdurend van stand maar ook van plaats verandert. Het zwijn wentelt zich in het slijk (d.i. letterlijk: wendt zich voortdurend in het slijk en komt tevens op een andere plaats). De aarde draait of wentelt om haar as en wentelt om de zon.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
draaien, drillen, dwarrelen, keren, wenden, wentelen

DRAAIJEN, DRILLEN, DWARLEN, KEEREN, WENDEN, WENTELEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 108.

in hedendaagse spelling:
vleugelen, beteugelen, bedwingen, betonen, betemmen, bestrijden, tegengaan, keren, stuiten, stillen, dempen, stelpen, smoren

VLEUGELEN, BETEUGELEN, BEDWINGEN, BETOONEN, BETEMMEN, BESTRIJDEN, TEGENGAAN, KEEREN, STUITEN, STILLEN, DEMPEN, STELPEN, SMOREN

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 2, bladzijde 221.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

zie ook:
zich keren tot, keer

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0026 c