varen

als woordenboektrefwoord:

varen:
(voer, gevaren), per schip reizen.
varen:
v. (-s), sporendragende plant.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

varen (ww):
kano├źn, naar zee gaan, navigeren, roeien, zeilen
varen (ww):
het maken, toegaan, vergaan, verlopen, vorderen
varen (ww):
gaan, zich begeven

als synoniem van een ander trefwoord:

gaan (ww) :
bewegen, doorreizen, fietsen, handelen, inslaan, kenteren, keren, koersen, komen, lopen, reizen, rijden, tiegen, tijgen, trekken, varen, zich begeven, zich bewegen, zich voortbewegen
sturen (ww) :
dirigeren, laveren, leiden, loodsen, manoeuvreren, navigeren, richten, stevenen, varen, wenden
steunen (ww) :
afgaan, bouwen, rekenen, varen, vertrouwen, zich verlaten
navigeren (ww) :
varen

woordverbanden van ‘varen’ grafisch weergegeven

zie ook:
laten varen, varen op, vaar

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0026 c