verlopen

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

verlopen (ww):
gaan, gebeuren, lopen, marcheren, verglijden, verkeren, verstrijken, vervlieden, vervliegen, voorbijgaan, voorbijvliegen, voortschrijden, zich ontwikkelen, zijn beloop krijgen
verlopen (ww):
achteruitgaan, aflopen, verminderen, verslechteren, vervallen, verwateren
verlopen (ww):
expireren, ongeldig worden, verjaren, vervallen
verlopen (bn):
afgelopen, geleden, verjaard, verstreken, vervallen, voorbij
verlopen (bn):
afgeleefd, mislukt, sjofel, verloederd

als synoniem van een ander trefwoord:

gebeuren (ww) :
geschieden, gevallen, omgaan, optreden, passeren, plaatsgrijpen, plaatshebben, plaatsvinden, spelen, toegaan, vallen, verlopen, voorkomen, voorvallen, wedervaren, zich afspelen, zich voltrekken, zich voordoen
lopen (ww) :
aanhouden, blijven, continueren, doorlopen, doorgaan, staan, stabiliseren, verlopen, vervolgen, verdergaan, voortgaan, zich ontwikkelen, zich voortzetten
minderen (ww) :
afnemen, bedaren, dalen, matigen, slinken, tanen, verlopen, verslappen
voorbijgaan (ww) :
vergaan, verlopen, verstrijken, vervliegen, wegtikken
varen (ww) :
het maken, toegaan, vergaan, verlopen, vorderen
vergaan (ww) :
slijten, verlopen, verstrijken, voorbijgaan
aflopen (ww) :
eindigen, verlopen, verstrijken, vervallen
afvallen (ww) :
uitvallen, verlopen, vervallen, wegvallen
vervallen (ww) :
aflopen, cesseren, ophouden, verlopen
omlopen (ww) :
verlopen, verstrijken, voorbijgaan
achteruitgaan (ww) :
afzakken, verlopen, vervallen
slepen (ww) :
verlopen, voortsudderen
heengaan (ww) :
verlopen, voorbijgaan
gaan (ww) :
gebeuren, verlopen
sloffen (ww) :
verlopen
voorbij (bn) :
achter de rug, afgedaan, afgelopen, gedaan, geleden, gepasseerd, geëindigd, klaar, om, over, passé, uit, vergaan, verlopen, verloren
vervallen (bn) :
afgeleefd, bouwvallig, gammel, kaduuk, kramakkel, ruïneachtig, verarmd, verlopen, verwaarloosd, verzwakt
afgelopen (bn) :
af, afgedaan, fini, gedaan, klaar, op, uit, verleden, verlopen, verstreken, voltooid, voorbij
lam (bn) :
stukgedraaid, verlopen

woordverbanden van ‘verlopen’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
aftreden, zijn dienst verlaten, zijn post verlaten, zich wegpakken, wegsluipen, wegdruipen, verlopen, drossen, weglopen, overlopen

AFTREDEN, ZIJNEN DIENST VERLATEN, ZIJNEN POST VERLATEN, ZICH WEGPAKKEN, WEGSLUIPEN, WEGDRUIPEN, VERLOOPEN, DROSSEN, WEGLOOPEN, OVERLOOPEN

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 2, bladzijde 20.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

zie ook:
verloop

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0016 c