omlopen

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

omlopen (ww):
circuleren, ommetje maken, rondgaan, rondlopen, rondwandelen, rouleren
omlopen (ww):
circuleren, de ronde doen, omgaan, rondgaan
omlopen (ww):
verlopen, verstrijken, voorbijgaan
omlopen (ww):
omverlopen
omlopen (ww):
draaien

als synoniem van een ander trefwoord:

rondlopen (ww) :
ijsberen, omgaan, omlopen, ronddrentelen, rondgaan, rondsjouwen, rondslenteren, rondsluipen, rondwandelen, rondzwerven, rotsen, wandelen
rondgaan (ww) :
circuleren, cirkelen, draaien, dwalen, omgaan, omlopen, rondwandelen
omgaan (ww) :
cirkelen, omlopen, rondgaan, rondlopen

woordverbanden van ‘omlopen’ grafisch weergegeven

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
omvallen, omslaan, omstorten, omploffen, omslingeren, omwaaien, omwaggelen, omzakken, omlopen, omkantelen, omtuimelen, omwentelen, omrollen

OMVALLEN, OMSLAAN, OMSTORTEN, OMPLOFFEN, OMSLINGEREN, OMWAAIJEN, OMWAGGELEN, OMZAKKEN, OMLOOPEN, OMKANTELEN, OMTUIMELEN, OMWENTELEN, OMROLLEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 3, bladzijde 15.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

zie ook:
omloop

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0021 c