aftreden

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

aftreden (ww):
ontslag nemen, opgeven, ophouden, opstappen, terugtreden, uittreden, weggaan
aftreden (ww):
afpassen, afstappen

als synoniem van een ander trefwoord:

afstappen (ww) :
aftreden, opstappen, vertrekken, weggaan
weggaan (ww) :
afstappen, aftreden, scheiden

woordverbanden van ‘aftreden’ grafisch weergegeven

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
aftreden, zijn dienst verlaten, zijn post verlaten, zich wegpakken, wegsluipen, wegdruipen, verlopen, drossen, weglopen, overlopen

AFTREDEN, ZIJNEN DIENST VERLATEN, ZIJNEN POST VERLATEN, ZICH WEGPAKKEN, WEGSLUIPEN, WEGDRUIPEN, VERLOOPEN, DROSSEN, WEGLOOPEN, OVERLOOPEN

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 2, bladzijde 20.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

aftreden
aantreden

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0019 c